Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AT3418

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-04-2005
Datum publicatie
04-05-2007
Zaaknummer
40207
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Artikel 17, lid 2, Wet WOZ. Waarde woning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2007/38.34 met annotatie van Redactie
FutD 2007-0880
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 40.207

1 april 2005

wv

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 12 september 2003, nr. BK-02/02745, betreffende na te melden beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken.

1. Beschikkingen, bezwaar en geding voor het Hof

Ten aanzien van belanghebbende is bij in één geschrift vervatte beschikkingen de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te Z voor het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004 vastgesteld op ƒ 904.000 (€ 410.217).

Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft het hoofd van de afdeling Belastingen van de gemeente Zoetermeer bij uitspraak de beschikkingen gehandhaafd.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij enkele klachten aangevoerd.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoetermeer (hierna: B en W) heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

B en W hebben een conclusie van dupliek ingediend.

3. Beoordeling van de klachten

Belanghebbende heeft voor het Hof gesteld dat het verschil tussen de verkoopprijzen van de vergelijkingspanden a-straat 2 en 3, gerealiseerd in respectievelijk september en april 2000, en de kort voor 1 januari 1999 (de peildatum) overeengekomen koop/aanneemsom voor belanghebbendes woning volledig wordt verklaard door de marktontwikkeling in die periode. Uit 's Hofs uitspraak blijkt niet dat het die stelling heeft onderzocht en verworpen, zodat in cassatie veronderstellenderwijs van de juistheid daarvan moet worden uitgegaan. Tegen die achtergrond behoefde 's hofs oordeel dat de Inspecteur met de door hem overgelegde gegevens en de daarop gegeven toelichting aannemelijk heeft gemaakt dat de prijs die belanghebbende voor de woning heeft betaald, niet overeenkomt met de waarde in het economische verkeer, nadere motivering, welke evenwel ontbreekt. Klacht 1 slaagt in zoverre. Hetzelfde geldt voor 's Hofs oordeel dat de verkoopprijzen van die vergelijkingsobjecten, hoewel niet op of rond de waardepeildatum gerealiseerd, in voldoende mate de aannemelijkheid van de door de ambtenaar verdedigde waarde ondersteunen. Klacht 5 slaagt in zoverre eveneens. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen. De klachten behoeven voor het overige geen behandeling.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. Door het verwijzingshof zal worden beoordeeld of aan belanghebbende voor de kosten van het geding voor het Hof een vergoeding dient te worden toegekend.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep gegrond,

vernietigt de uitspraak van het Hof,

verwijst het geding naar het Gerechtshof te Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest, en

gelast dat de gemeente Zoetermeer aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van € 87.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.G. Pos als voorzitter, en de raadsheren L. Monné en J.W. van den Berge, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2005.