Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AT3096

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24-06-2005
Datum publicatie
24-06-2005
Zaaknummer
C04/141HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AT3096
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

24 juni 2005 Eerste Kamer Nr. C04/141HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.M. van der Zwan, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 394
JWB 2005/240
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

24 juni 2005

Eerste Kamer

Nr. C04/141HR

JMH/RM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. R.M. van der Zwan,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploot van 27 mei 2002 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de rechtbank, sector kanton, te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad voor zover mogelijk en de wet zulks toelaat:

I de tussen partijen gesloten en in het lichaam van de dagvaarding omschreven huurovereenkomst per 1 juli 2000 te ontbinden;

II [verweerder] te veroordelen de woonruimte gelegen aan de [a-straat 1] te [woonplaats] binnen een maand na betekening van het in dezen te wijzen vonnis te verlaten en te ontruimen met het zijne en de zijnen, met afgifte van de sleutels aan [eiseres];

III [eiseres] te machtigen om indien [verweerder] in gebreke mocht blijven met de onder II van het petitum genoemde ontruiming, deze zelf op kosten van [verweerder] te doen bewerkstelligen door een deurwaarder, zo nodig met behulp van de sterke arm van justitie en politie.

[Verweerder] heeft de vordering bestreden en zijnerzijds een voorwaardelijke eis in reconventie ingesteld, die in cassatie niet meer aan de orde is.

De kantonrechter heeft bij vonnis van 20 november 2002 in conventie de vordering van [eiseres] toegewezen.

Tegen dit vonnis heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 6 februari 2004 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vorderingen van [eiseres] alsnog afgewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de niet verschenen [verweerder] is verstek verleend.

[Eiseres] heeft de zaak doen toelichten door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 24 juni 2005.