Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AT2971

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24-05-2005
Datum publicatie
24-05-2005
Zaaknummer
03112/04
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AT2971
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Het (namens verdachte voorgestelde) middel klaagt over de afwijzing van het ter terechtzitting door de A-G bij het hof gedane verzoek, door het hof kennelijk opgevat als een een vordering, tot nader onderzoek. Het hof, overwegende dat het verzoek wordt afgewezen “omdat de noodzaak daartoe niet is gebleken”, heeft aldus de juiste maatstaf toegepast. ‘s Hofs oordeel is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat de vordering blijkens het p-v van de terechtzitting niet nader is gemotiveerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 313
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

24 mei 2005

Strafkamer

nr. 03112/04

AGJ/AG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 27 februari 2004, nummer 23/150287-02, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Nigeria) op [geboortedatum] 1972, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 16 december 2002 - de verdachte ter zake van "in het bezit zijn van een reisdocument waarvan zij redelijkerwijs moet vermoeden dat het vervalst is" veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf, waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met onttrekking aan het verkeer zoals in het arrest omschreven.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. E. Jense, advocaat te Purmerend, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het eerste en het tweede middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beoordeling van het derde middel

4.1. Het middel klaagt onder meer dat de afwijzing van het ter terechtzitting in hoger beroep van 27 februari 2004 door de Advocaat-Generaal bij het Hof gedane verzoek, door het Hof kennelijk opgevat als een vordering tot nader onderzoek onvoldoende is gemotiveerd.

4.2. De bestreden uitspraak houdt, voorzover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

"Het verzoek van de advocaat-generaal tot het door de Nigeriaanse autoriteit laten onderzoeken aan wie het paspoort met nummer [001] is afgegeven, wijst het hof af omdat de noodzaak daartoe niet is gebleken".

4.3. Aldus heeft het Hof bij de beoordeling van de vordering, strekkende tot aanhouding van de zaak tot het doen van nader onderzoek, de juiste maatstaf toegepast.

's Hofs oordeel is voorts niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat de vordering blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting niet nader is gemotiveerd.

4.4. De klacht faalt.

4.5. Het middel kan voor het overige evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5. Slotsom

Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

6. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 24 mei 2005.