Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AT2748

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-05-2005
Datum publicatie
17-05-2005
Zaaknummer
02913/04
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AT2748
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beperking appél en vordering tenuitvoerlegging. De opvatting dat het appèl mag worden beperkt tot het vonnis over het strafbare feit naar aanleiding waarvan een vordering tot tenuitvoerlegging is ingediend, zodat het vonnis wat betreft de vordering tenuitvoerlegging niet aan het oordeel van de appèlrechter onderworpen is, is onjuist.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 361a
Wetboek van Strafvordering 407
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NS 2005, 220
NBSTRAF 2005/220
JOL 2005, 298
NJ 2005, 352

Uitspraak

17 mei 2005

Strafkamer

nr. 02913/04

AGJ/AG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 11 mei 2004, nummer 23/002591-02, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren in [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedatum] 1967, wonende te [woonplaats], ten tijde van de bestreden uitspraak uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Midden Holland, locatie Haarlem.

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Amsterdam van 29 januari 2002 - de verdachte ter zake van 1. "opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, eerste lid aanhef en onder C, van de Opiumwet gegeven verbod", 2. "overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994" en 3. "overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met ten aanzien van feit 2 tot ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van negen maanden. Voorts is de tenuitvoerlegging gelast van een voorwaardelijk opgelegde straf.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. S.M. Krans, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.

3. Beoordeling van het eerste middel

3.1. Het middel komt op tegen het oordeel van het Hof dat het "de beslissing van de politierechter ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging mede in het appel van de verdachte betrokken acht".

3.2. Het middel steunt op de opvatting dat het strafbare feit naar aanleiding waarvan een vordering tot tenuitvoerlegging is ingediend waarover op de wijze als voorzien in art. 361a Sv is beslist, voor de toepassing van art. 407 Sv moet worden aangemerkt als "een gevoegd strafbaar feit", zodat het hoger beroep mag worden beperkt tot het vonnis voorzover het dat strafbare feit betreft, in welk geval het vonnis voorzover betrekking hebbende op de vordering tenuitvoerlegging niet aan

het oordeel van de appèlrechter is onderworpen. Die opvatting is onjuist, zodat het middel faalt.

4. Beoordeling van het tweede en het derde middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5. Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

6. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 17 mei 2005.