Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AT2056

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-12-2005
Datum publicatie
16-12-2005
Zaaknummer
C04/020/HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AT2056
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2003:AI5638
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Scientology-zaak. Geschil over de rechtmatigheid van het openbaar maken op het internet van door auteursrecht beschermde (deels ongepubliceerde) werken door plaatsing van citaten daaruit op een website; cassatie, gevolgen van de intrekking van het principaal beroep, gevolgen voor het voorwaardelijk ingesteld incidenteel beroep.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 249
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 398
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 419
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 732
NJ 2006, 9
RvdW 2006, 3
JWB 2005/436
JBPR 2006/30 met annotatie van F.J.H. Hovens
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16 december 2005

Eerste Kamer

Nr. C04/020HR

JMH/RM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

de rechtspersonen naar buitenlands recht

1. CHURCH OF SPIRITUAL TECHNOLOGY,

gevestigd te Los Angeles, Verenigde Staten van Amerika,

2. RELIGIOUS TECHNOLOGY CENTER,

gevestigd te Los Angeles, Verenigde Staten van Amerika,

3. NEW ERA PUBLICATIONS INTERNATIONAL Aps,

gevestigd te Kopenhagen, Denemarken,

EISERS tot cassatie, voorwaardelijk

incidenteel verweerders,

advocaat: mr. E. Grabandt,

t e g e n

1. DATAWEB B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

2. STICHTING XS4ALL, voorheen de Stichting Tempory, daarvoor de Stichting XS4ALL,

thans gevestigd te Diemen,

3. STICHTING DE DIGITALE STAD,

gevestigd te Amsterdam,

4. CISTRON INTERNET SERVICES B.V.,

gevestigd te Alphen aan den Rijn,

5. INTERNET ACCES EINDHOVEN B.V., thans genaamd VIA NET.WORKS NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Eindhoven,

6. EASYNET GROUP NEDERLAND B.V., als rechtsopvolgster van WIREHUB! INTERNET B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

7. STICHTING INTERNET ACCESS,

gevestigd te Slochteren,

8. [Verweerder 8], handelende onder de naam B-ART MIDDEN NEDERLAND,

wonende te [woonplaats],

9. SPIRIT INTERACTIVE DIENSTEN B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

10. N.V. ENECO, vennoot van de vennootschap onder firma SPIRIT INTERACTIVE DIENSTEN B.V. i.o.,

gevestigd te Rotterdam,

11. ROTTERDAMS DAGBLAD B.V., vennoot van de vennootschap onder firma SPIRIT INTERACTIVE DIENSTEN B.V. i.o.,

gevestigd te Rotterdam,

12. DE GEMEENTE ROTTERDAM (ONTWIKKELINGSBEDRIJF ROTTERDAM), vennoot van de vennootschap onder firma SPIRIT INTERACTIVE DIENSTEN B.V. i.o.,

gevestigd te Rotterdam,

13. [Verweerster 13],

wonende te [woonplaats],

14. B-ART NOORD NEDERLAND B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

15. STICHTING TELEBYTE,

gevestigd te Nijmegen,

VERWEERDERS in cassatie, voorwaardelijk

incidenteel eisers,

advocaat: mr. H.J.A. Knijff.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eisers tot cassatie - verder afzonderlijk te noemen: Scientology, RTC en NEPI dan wel gezamenlijk Scientology c.s. - hebben bij exploot van 26 februari 1996 onder meer thans verweerders in cassatie - verder te noemen: de Providers en [verweerster 13] - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en - verkort en zakelijk weergegeven - gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

a) te verklaren voor recht dat de Providers, door het zonder toestemming van Scientology c.s. op hun computersystemen voor derden toegankelijk aanwezig hebben van een verveelvoudiging van werken waarop Scientology het auteursrecht bezit, inbreuk maken op die auteursrechten en/of onrechtmatig handelen indien zij van de aanwezigheid van deze documenten op de hoogte zijn, dan wel op de hoogte hadden behoren te zijn;

b) te verklaren voor recht dat de Providers door het zonder toestemming van Scientology c.s. op hun computersystemen voor derden toegankelijk aanwezig hebben van een 'link', die bij activering op het scherm van de computer van de gebruiker een verveelvoudiging van werken waarop Scientology het auteursrecht bezit bewerkstelligt, inbreuk maken op die auteursrechten en/of onrechtmatig handelen indien zij van de aanwezigheid van de link op de hoogte zijn, dan wel op de hoogte hadden behoren te zijn;

c) te verklaren voor recht dat de OT-werken niet rechtmatig zijn openbaar gemaakt, althans niet in de zin van art. 15a lid 1 onder 1 Auteurswet l912;

d) [verweerster 13] te bevelen met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden iedere inbreuk op het auteursrecht van Scientology, op straffe van een dwangsom;

e) de Providers te bevelen - primair - met onmiddel-lijke ingang te staken en gestaakt te houden iedere inbreuk op het auteursrecht van Scientology, of - subsidiair - zodra zij worden gewezen op de aanwezigheid van inbreukmakende documenten op hun computersystemen zorg te dragen voor onmiddellijke verwijdering daarvan, en - meer subsidiair - zodra zij worden gewezen op de aanwezigheid van inbreukmakende documenten op hun computersystemen, de desbetreffende gebruiker te verzoeken deze onmiddellijk te verwijderen en bij gebreke van voldoening aan dit verzoek de desbetreffende gebruiker de verdere toegang tot hun computersysteem te ontzeggen, een en ander op straffe van een dwangsom;

f) de Providers te bevelen Scientology c.s. te informeren over de namen en adressen van derden die inbreukmakende documenten via hun computersysteem hebben openbaar gemaakt en/of verveelvoudigd dan wel zullen openbaar maken en/of verveelvoudigen, eveneens op straffe van een dwangsom.

De Providers en [verweerster 13] hebben de vorderingen bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 9 juni 1999 de vorderingen van Scientology c.s., met uitzondering van de verklaring voor recht onder c) en het bevel jegens [verweerster 13] onder d), grotendeels toegewezen.

Tegen dit vonnis hebben Scientology c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. De Providers en [verweerster 13] hebben incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij arrest van 4 september 2003 heeft het hof het principale beroep verworpen en in het incidentele beroep het vonnis van de rechtbank, voor zover de gevorderde verklaring voor recht en het gevorderde bevel jegens de Providers zijn toegewezen, vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vorderingen jegens de Providers alsnog afgewezen en het vonnis waarvan beroep voor het overige bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben Scientology c.s. beroep in cassatie ingesteld. De Providers en [verweerster 13] hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende het voorwaardelijk incidenteel beroep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

Scientology c.s. hebben de zaak doen toelichten door hun advocaat en de Providers en [verweerster 13] hebben de zaak doen toelichten door mrs. J.C.H. van Manen en A.P. Groen, beiden advocaat te Amsterdam.

De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.

Ter zitting van de Hoge Raad van 24 juni 2005, met een nadere toelichting ter zitting van 8 juli 2005, hebben Scientology c.s. verklaard het principaal beroep in cassatie te willen intrekken, omdat de betekenis van het bestreden arrest "voor de situatie in andere landen" onvoldoende "wezenlijke betekenis had". De Providers en [verweerster 13] hebben daarop verklaard niet met die intrekking in te stemmen; zij achten het verzoek tot intrekking tardief en in strijd met een goede procesorde.

Ter zitting van 8 juli 2005 is de zaak aangehouden voor nadere conclusie door de Advocaat-Generaal.

De nadere conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade van 16 september 2005 strekt tot verwerping van het principale beroep, met veroordeling van Scientology c.s. in de kosten daarvan, waarbij het arrest van de Hoge Raad zodanige overwegingen ten aanzien van de geschilpunten in cassatie zal omvatten als de Hoge Raad, met het oog op de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling, dan wel gelet op het belang voor de praktijk, dienstig zal oordelen.

3. Beoordeling van het beroep

3.1 Zolang de Hoge Raad nog geen uitspraak heeft gedaan, kan de eiser tot cassatie zijn beroep intrekken zonder daartoe de toestemming van de verweerder nodig te hebben. De intrekking heeft enkel tot gevolg dat de door de eiser aangevoerde cassatiemiddelen niet meer kunnen worden onderzocht (vgl. HR 14 mei 1982, nr. 11887, NJ 1982, 376). Dit betekent dat het principaal beroep van Scientology c.s. moet worden verworpen.

3.2 Indien het geding in cassatie tijdig en door een aan de wettelijke vereisten beantwoordende dagvaarding aanhangig is gemaakt, moet bij het vaststellen van de rechtsgevolgen van intrekken van het cassatieberoep mede rekening worden gehouden met de gerechtvaardigde belangen van de verweerder, waaronder begrepen diens belang bij het kunnen instellen, ook na berusting of na het verstrijken van de cassatietermijn, van incidenteel beroep in cassatie. De verweerder zal erop mogen vertrouwen dat hij gelegenheid zal hebben incidenteel beroep in te stellen (vgl. HR 18 februari 1994, nr. 15378, NJ 1994, 606). Zodanige gelegenheid is aan de Providers en [verweerster 13] door de intrekking niet ontnomen. Het incidenteel beroep is evenwel ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principaal beroep tot vernietiging van het bestreden arrest leidt. Nu die voorwaarde niet is vervuld, behoeft het beroep geen behandeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt Scientology c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster 13] en de Providers begroot op € 316,34 aan verschotten en op € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, P.C. Kop, W.A.M. van Schendel en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 december 2005.