Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AT1738

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-06-2005
Datum publicatie
03-06-2005
Zaaknummer
C04/123HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AT1738
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

3 juni 2005 Eerste Kamer Nr. C04/123HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. R.A. van der Hansz, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 326
JWB 2005/208
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

3 juni 2005

Eerste Kamer

Nr. C04/123HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. R.A. van der Hansz,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 22 januari 2001 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de kantonrechter te Bergen op Zoom en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [verweerder] te veroordelen om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen een bedrag van ƒ 4.819,98, te vermeerderen met de vertragingsrente van 0,5 percent per maand over ƒ 4.013,75 vanaf 13 december 2000 tot aan de dag der algehele voldoening.

[Verweerder] heeft de vordering bestreden.

De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 15 augustus 2001 [verweerder] tot bewijslevering toegelaten en bij eindvonnis van 20 februari 2002 de vordering toegewezen.

Tegen beide vonnissen heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij arrest van 6 januari 2004 heeft het hof het tussenvonnis waarvan beroep bekrachtigd, het eindvonnis van de kantonrechter vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering van [eiser] alsnog afgewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de niet verschenen [verweerder] is verstek verleend.

[Eiser] heeft de zaak doen toelichten door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, E.J. Numann en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 3 juni 2005.