Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AS9307

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-04-2005
Datum publicatie
19-04-2005
Zaaknummer
02612/04
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AS9307
In cassatie op : ECLI:NL:GHARN:2004:AO7555
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

De klacht over een ter terechtzitting in appèl door de voorzitter van het hof genomen beslissing inzake het dragen van handboeien door de verdachte kan niet tot cassatie leiden, nu de klacht een handeling betreft waartegen beroep in cassatie niet openstaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 247
NJ 2005, 253
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 april 2005

Strafkamer

nr. 02612/04

IV/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 13 februari 2004, nummer 21/002321-02, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Joegoslavië) op [geboortedatum] 1972, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Almelo van 3 september 2002 - de verdachte ter zake van 1. "opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid onder A, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd" en 2. "in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vervalst is" veroordeeld tot vier jaren gevangenisstraf met verbeurdverklaring en onttrekking aan het verkeer zoals in het arrest omschreven.

2. Geding in cassatie

2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. J.L.A.M. le Cocq d'Armandville en mr. J.Y. Taekema, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen. De conclusie is aan dit arrest gehecht.

2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van mr J.Y. Taekema op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

3. Beoordeling van het eerste middel

3.1. Het middel klaagt over de ter terechtzitting in hoger beroep door de Voorzitter van het Hof genomen beslissing inzake het dragen van handboeien door de verdachte.

3.2. De klacht kan niet tot cassatie leiden nu de klacht een handeling betreft waartegen beroep in cassatie niet openstaat.

4. Beoordeling van het tweede middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5. Slotsom

Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

6. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 19 april 2005.