Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AS8645

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
04-03-2005
Datum publicatie
13-05-2005
Zaaknummer
40110
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2003:AL6910
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 2 september 2003, nr. BK-02/03778, betreffende na te melden aanslag in het recht van successie...

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PW 2005, 21862
BNB 2005/207
V-N 2005/25.19 met annotatie van Redactie
KWEP 2005/37 met annotatie van Redactie
FutD 2005-0465
NTFR 2005/350
NTFR 2005/717
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 40.110

4 maart 2005

Za

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 2 september 2003, nr. BK-02/03778, betreffende na te melden aanslag in het recht van successie.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof

Aan belanghebbende is ter zake van de verkrijging uit de nalatenschap van A, overleden op 30 oktober 2000, een aanslag in het recht van successie opgelegd naar een verkrijging van ƒ 695.828, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij enkele klachten aangevoerd.

De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

3. Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 6 december 1967, nr. 15805, BNB 1968/37).

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.G. Pos als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort en A.R. Leemreis in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2005.