Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AS8465

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-04-2005
Datum publicatie
05-04-2005
Zaaknummer
01699/04
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AS8465
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

In het openbaar ex art. 266 Sr. De gebezigde bewijsmiddelen houden niets in waaruit kan volgen dat het versturen van de in de bewezenverklaring aangeduide geschriften aan de daar genoemde personen heeft meegebracht dat de beledigende passages ter kennis zijn gekomen van anderen dan de geadresseerden. De bewezenverklaring - in het bijzonder het onderdeel "in het openbaar" - is daarom niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 266
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 202
NJ 2005, 287
NBSTRAF 2005/196
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 april 2005

Strafkamer

nr. 01699/04

AGJ/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 27 november 2003, nummer 23/004742-02, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1935, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 18 juni 2002 - de inleidende dagvaarding voor wat betreft het primair tenlastegelegde nietig verklaard en voorts de verdachte ter zake van "eenvoudige belediging" veroordeeld tot een geldboete van tweehonderd euro, subsidiair vier dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan de verdachte een betalingsverplichting opgelegd een en ander zoals in het arrest vermeld.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het bestreden arrest zal vernietigen en de zaak zal verwijzen naar een aangrenzend hof opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Het middel klaagt dat de bewezenverklaring ten aanzien van het delictsbestanddeel "in het openbaar" onvoldoende met redenen is omkleed.

3.2. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij:

"in de periode van 13 april 1997 tot en met 4 januari 2000 te Bloemendaal en elders in Nederland, opzettelijk beledigend [betrokkene 1], in het openbaar schriftelijk heeft toegevoegd de teksten en woorden:

'Sinds 19 maart 1997 worden mijn gezinsleden en ikzelf-zomaar, zonder enige aanleiding onzerzijds- geterroriseerd door uw gluurpraktijken en felle lampen die (ieder etmaal van zonsondergang tot zonsopgang) onze nachtrust, ons woongenot en onze privacy aantasten door uw hoog van de toren blazende advocaat van kwade zaken die het onnodig vindt zich te verdiepen in elementaire feiten of redelijke bezwaren van derden (deze 'jurist' dient mi. uit de Orde der Advocaten te worden gesmeten), alsmede door dreig.- en hijgtelefoontjes bij voorkeur 's nachts en/of als mijn vrouw alleen thuis is.';

en/of

'Ik moet concluderen dat deze advocaat zijn niet al te snuggere maar zeer kapitaalkrachtige cliënten willens en wetens opstookt tot onwettig en a-sociaal gedrag en wel uit winstbejag.';

en/of

'De Orde van Advocaten geef ik intussen welwillend in overweging deze verbazingwekkend ongeletterde en incompetente voyeur uit hun midden te verwijderen.';

en/of

'Als ik [betrokkene 2] was zou ik maar eens een forse schadeclaim instellen tegen deze incompetente porno-advocaat.';

en/of

'In feite is de kern van de zaak dus de professionele incompetentie, nalatigheid en corruptie van de 'jurist' [betrokkene 1].';

althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking."

3.3. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

a. de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 13 november 2003, voorzover inhoudende:

"Ik heb de faxen en brief van respectievelijk 24 december 1998, 20 oktober 1999 en 4 januari 2000 met daarin de mij verweten teksten en woorden geschreven en verstuurd."

b. een proces-verbaal van politie, voorzover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1]:

"Ik doe klachte van smaad/smaadschrift c.q. laster tegen [verdachte]. In 1997 kreeg een cliënt van mij een geschil met [verdachte]. Sinds ik hem in dat verband eenmaal een brief heb geschreven ben ik mede het mikpunt van de beledigende uitlatingen die [verdachte] doet. Op 18 oktober 1999 ontving ik van hem een faxbericht, waarin hij mij onder meer uitmaakte voor "Advocaat van kwade zaken" en voor "corrupte tweederangs advocaat". Tevens zou ik "willens en wetens opstoken tot onwettig en a-sociaal gedrag, uitsluitend uit winstbejag". Deze brief is door [verdachte] waarschijnlijk ook verzonden aan

[A-makelaars] te Bloemendaal. Door genoemde uitspraken van [verdachte] voel ik mij in mijn goede eer en naam aangetast. Het feit, dat hij deze uitspraken ook schriftelijk doet toekomen aan anderen is voor mij, in mijn functie als advocaat, zeker geen reclame."

c. een fotokopie van een fax van de verdachte van 24 december 1998 gericht en verzonden aan [betrokkene 3] c.q. fa. [A], voorzover inhoudende:

"Sinds 19 maart 1997 worden mijn gezinsleden en ikzelf - zomaar, zonder enige aanleiding onzerzijds - geterroriseerd door uw gluurpraktijken en felle lampen die (ieder etmaal van zonsondergang tot zonsopgang) onze nachtrust, ons woongenot en onze privacy aantasten door uw hoog van de toren blazende advocaat van kwade zaken die het onnodig vindt zich te verdiepen in elementaire feiten of redelijke bezwaren van derden (deze 'jurist' dient m.i. uit de Orde der Advocaten te worden gesmeten), alsmede door dreig- en hijgtelefoontjes bij voorkeur 's nachts en/of als mijn vrouw alleen thuis is."

d. een fotokopie van een fax van de verdachte van 20 oktober 1999 gericht aan [A-makelaars], voorzover inhoudende:

"Ik moet concluderen dat deze advocaat zijn niet al te snuggere maar zeer kapitaalkrachtige cliënten willens en wetens opstookt tot onwettig en a-sociaal gedrag en wel uit winstbejag."

e. een afschrift van een brief van de verdachte van 4 januari 2000 gericht aan de Hoofdofficier van Justitie Haarlem, de Deken van de Orde van Advocaten Haarlem, voorzover inhoudende:

"De Orde van Advocaten geef ik intussen welwillend in overweging deze verbazingwekkend ongeletterde en incompetente voyeur uit hun midden te verwijderen."

en

"Als ik [betrokkene 2] was zou ik maar eens een forse schadeclaim instellen tegen deze incompetente porno-advocaat."

en

"In feite is de kern van de zaak dus de profes-sionele incompetentie, nalatigheid en corruptie van de 'jurist' [betrokkene 1]."

3.4. De door het Hof gebezigde bewijsmiddelen houden niets in waaruit kan volgen dat het versturen van de in de bewezenverklaring aangeduide en hiervoor onder 3.3 bedoelde geschriften aan de daar genoemde personen heeft meegebracht dat de beledigende passages ter kennis zijn gekomen van anderen dan de geadresseerden. De bewezenverklaring - in het bijzonder het onderdeel "in het openbaar" dat in de tenlastelegging en die bewezenverklaring kennelijk is gebezigd in de betekenis die daaraan toekomt in art. 266 Sr - is daarom niet naar de eis van de wet met redenen omkleed. De bestreden uitspraak kan dus niet in stand blijven.

3.5. Het middel is terecht voorgesteld.

4. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

Vernietigt de bestreden uitspraak;

Wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 5 april 2005.