Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AS8456

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-05-2005
Datum publicatie
13-05-2005
Zaaknummer
C04/076HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AS8456
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

13 mei 2005 Eerste Kamer Nr. C04/076HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiseres 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. [Eiseres 2], gevestigd te [vestigingsplaats], 3. [Eiser 3], handelende onder de naam Kwekerij Sjaloom, wonende te [woonplaats], 4. [Eiser 4], handelende onder de naam Kwekerij De Rust is Elders en Kwekerij Tijdelijk Verblijf, wonende te [woonplaats], 5. [Eiseres 5], gevestigd te [vestigingsplaats], 6. [Eiser 6], wonende te [woonplaats], 7. [Eiseres 7], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. E. van Staden ten Brink, t e g e n ROCKWOOL LAPINUS B.V., gevestigd te Melick-Herkenbosch, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. J.B.M.M. Wuisman. 1. Het geding in voorgaande instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 291
JWB 2005/183
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 mei 2005

Eerste Kamer

Nr. C04/076HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiseres 1],

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [Eiseres 2],

gevestigd te [vestigingsplaats],

3. [Eiser 3], handelende onder de naam [A],

wonende te [woonplaats],

4. [Eiser 4], handelende onder de naam [B] en [C],

wonende te [woonplaats],

5. [Eiseres 5],

gevestigd te [vestigingsplaats],

6. [Eiser 6],

wonende te [woonplaats],

7. [Eiseres 7],

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. E. van Staden ten Brink,

t e g e n

[Verweerster],

gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. J.B.M.M. Wuisman.

1. Het geding in voorgaande instanties

Voor het verloop van het geding in voorgaande instanties tussen thans eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - en thans verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest van 22 oktober 1999, nr. C98/043, NJ 2000, 159.

Bij dat arrest heeft de Hoge Raad in het principaal beroep de arresten van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 18 oktober 1994, 28 november 1995 en 8 oktober 1997 vernietigd, het geding ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar het gerechtshof te Arnhem, en het incidenteel beroep verworpen.

[Eiser] c.s. hebben bij exploot [verweerster] opgeroepen te verschijnen ter terechtzitting van het gerechtshof te Arnhem teneinde voort te procederen na verwijzing.

Na memoriewisseling en pleidooi van partijen heeft het hof bij arrest van 28 oktober 2003 de vonnissen van de rechtbank te Roermond van 13 juni 1988, 6 april 1989, 23 november 1989, 2 mei 1991 en 30 januari 1992 bekrachtigd en [eiser] c.s. in de kosten van het hoger beroep voor en na verwijzing aan de zijde van [verweerster] veroordeeld.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het tweede geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerster] mede door mr. J.A.M.A. Sluysmans, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van [eiser] c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 359,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, P.C. Kop, E.J. Numann en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 13 mei 2005.