Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AS7591

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
31-05-2005
Datum publicatie
01-06-2005
Zaaknummer
02869/04 B
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AS7591
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

OM-cassatie. De rb heeft wat betreft de inbeslagneming van de administratieve bescheiden art. 552a.7 Sv – inhoudende dat als de rb het beklag gegrond acht, zij de daarmee overeenkomende last geeft – miskend door het beklag gegrond te achten en slechts het beslag op te heffen. De HR gelast de opheffing van de gelegde beslagen en gelast de teruggave van de inbeslaggenomen administratieve bescheiden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 338
NJ 2005, 447

Uitspraak

31 mei 2005

Strafkamer

nr. 02869/04 B

EC/ABG

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Zutphen van 13 augustus 2004, nummer RK 04/174, op een beklag als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[klaagster], gevestigd te [vestigingsplaats].

1. De bestreden beschikking

De Rechtbank heeft het door de klaagster ingediende beklag gegrond verklaard en de in bovenvermelde beschikking omschreven beslagen opgeheven.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de Officier van Justitie. Deze heeft bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. Namens de klaagster heeft mr. J.F.M. Wasser, advocaat te 's-Hertogenbosch, het cassatieberoep tegengesproken.

De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de bestreden beschikking zal worden vernietigd, doch uitsluitend ten aanzien van de daarin genomen beslissing tot opheffing van het beslag, dat de Hoge Raad, doende wat de Rechtbank had behoren te doen, de teruggave aan de klaagster zal bevelen van de tegoeden op de in de beschikking genoemde bankrekeningen en van de onder klaagster inbeslaggenomen administratie en dat het beroep voor het overige zal worden verworpen.

3. Beoordeling van het eerste, het derde en het vierde middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dat behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beoordeling van het tweede middel

4.1. Het middel behelst de klacht dat de Rechtbank die het beklag gegrond bevond, een last tot teruggave had moeten geven.

4.2. Art. 552a, zevende lid, Sv bepaalt dat als de rechtbank het beklag gegrond acht, zij de daarmee overeenkomende last geeft. De Rechtbank heeft wat betreft de inbeslageming van de administratieve bescheiden die bepaling miskend door het beklag gegrond te achten en slechts het beslag op te heffen. Het middel is dus terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal de zaak in zoverre zelf afdoen, omdat dit mogelijk is zonder in een nieuw onderzoek naar de feiten te treden.

5. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

Vernietigt de bestreden beschikking, maar uitsluitend voorzover daarin is verzuimd een last te geven tot teruggave van de administratieve bescheiden;

Gelast de teruggave aan de klaagster van de in beslag genomen administratieve bescheiden;

Verwerpt het beroep voor het overige.

Deze beschikking is gegeven door de president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens, J.P. Balkema, J. de Hullu en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, in raadkamer en uitgesproken ter openbare behandeling van 31 mei 2005.