Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AS6159

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-02-2005
Datum publicatie
19-07-2007
Zaaknummer
03175/04 H
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

8 februari 2005

Strafkamer

nr. 03175/04 H

SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Leeuwarden van 6 juni 2003, nummer 17/010157-03, ingediend door mr. G.H. Thasing, advocaat te Emmen, namens:

[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, wonende te [woonplaats].

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Politierechter heeft de aanvraagster ter zake van 1. "diefstal" en 2. "door het bevoegd gezag naar haar identiteitsgegevens gevraagd een valse naam, voornaam en geboortedatum opgeven" veroordeeld voor feit 1 tot een geldboete van € 65,--, subsidiair één dag hechtenis, en voor feit 2 tot een geldboete van € 90,--, subsidiair één dag hechtenis.

2. De aanvrage tot herziening

De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de aanvrage

3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voorzover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer omstandigheden die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.

3.2. Art. 459 Sv schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken.

3.3. In de aanvrage wordt allereerst aangevoerd dat de aanvraagster, die slechts het Armeens machtig is, niet in een taal die zij verstaat, is gedagvaard om te verschijnen ter terechtzitting van de Politierechter. Voorts wordt in de aanvrage gesteld dat de aanvraagster geen gevolg heeft gegeven aan de haar voordien aangeboden transactie, "omdat zij het in ambtelijk proza gestelde schikkingsformulier niet begreep".

3.4. Dit onderdeel van de aanvrage behelst niets wat kan worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden als hiervoor onder 3.1 vermeld. De aanvrage kan daarom, gelet op de art. 459 en 460 Sv, in zoverre niet worden ontvangen.

3.5. In de aanvrage wordt verder ten aanzien van feit 2 aangevoerd dat sprake is van "een naamsverwisseling per abuis".

3.6. De aanvrage bevat wat dit onderdeel betreft geen opgave van bewijsmiddelen waaruit de daarin genoemde omstandigheid kan blijken. De aanvrage kan daarom, gelet op de art. 459 en 460 Sv, ook in zoverre niet worden ontvangen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend-griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 8 februari 2005.