Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AS5956

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-05-2005
Datum publicatie
13-05-2005
Zaaknummer
R04/064HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AS5956
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

13 mei 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/064HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. A.K. Oostlander-Vos, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2005-05-13
Wijzigingswet Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (limitering van alimentatie na scheiding) II, geldigheid: 2005-05-13
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 282
JWB 2005/180

Uitspraak

13 mei 2005

Eerste Kamer

Rek.nr. R04/064HR

RM/JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. A.K. Oostlander-Vos,

t e g e n

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 20 december 2002 ter griffie van de rechtbank te Arnhem ingekomen verzoekschrift heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die rechtbank en primair verzocht zijn onderhoudsverplichting jegens verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - met ingang van 27 september 1999 te beëindigen en subsidiair voormelde bijdrage met ingang van 27 september 1999 op nihil te stellen.

De vrouw heeft het verzoek bestreden.

De rechtbank heeft bij beschikking van 21 juli 2003 de onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw definitief beëindigd met ingang van 1 januari 2001 en het meer of anders verzochte afgewezen.

Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. De vrouw heeft het hof verzocht de beschikking van de rechtbank te vernietigen en, voor zover in cassatie van belang, alsnog te beslissen dat het verzoek van de man dient te worden afgewezen. De man heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij beschikking van 17 februari 2004 heeft het hof de beschikking van de rechtbank vernietigd, voor zover het de ingangsdatum van de beëindiging van de onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw betreft, en in zoverre opnieuw beschikkende, de onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw definitief beëindigd met ingang van 1 maart 2000. Het meer of anders verzochte heeft het hof afgewezen.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De man heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 13 mei 2005.