Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AS5949

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-04-2005
Datum publicatie
08-04-2005
Zaaknummer
R03/151HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AS5949
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

8 april 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R03/151HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 205
JWB 2005/145
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

8 april 2005

Eerste Kamer

Rek.nr. R03/151HR

RM/JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Bij vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage van 24 juni 1998 is verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - in staat van faillissement verklaard. Dit vonnis is in hoger beroep bekrachtigd door het gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 6 oktober 1998; een tegen dit arrest ingesteld cassatieberoep, ingeschreven onder rekestnummer R98/139HR, heeft de Hoge Raad bij arrest van 22 januari 1999 verworpen.

Bij verzoekschrift gedateerd 1 april 2003 heeft [verzoeker] zich gewend tot de rechtbank te 's-Gravenhage en verzocht zijn faillissement op te heffen onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.

De curator in het faillissement van [verzoeker] heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Na mondelinge behandelingen op 3 april en 18 september 2003, waarbij steeds [verzoeker], zijn raadsman en de curator zijn verschenen, heeft de rechtbank op 18 september 2003 de opheffing van het faillissement bevolen en het verzoek tot het gelijktijdig uitspreken van de schuldsaneringsregeling afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 23 december 2003 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, E.J. Numann en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 8 april 2005.