Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AS5797

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-02-2005
Datum publicatie
11-02-2005
Zaaknummer
40390
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2003:AO1828
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 12, lid 1, Besluit uitsluiting en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999. Uitleg van het begrip “uitsluitend”.

Wetsverwijzingen
Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 aant. 1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BNB 2005/159
Belastingadvies 2005/5.10
WFR 2005/260
V-N 2005/12.23 met annotatie van Redactie
FutD 2005-0313
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 40.390

11 februari 2005

RW

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 december 2003, nr. BK-02/03292, betreffende na te melden aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof

Aan belanghebbende is voor het jaar 1999 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 75.988 en een premie-inkomen van ƒ 37.994, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

Bij ambtshalve gegeven beschikking van de Inspecteur is nadien de aanslag verminderd tot een aanslag naar een premie-inkomen van ƒ 32.886.

Het Hof heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag gehandhaafd zoals deze ambtshalve door de Inspecteur was verminderd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

3. Beoordeling van het middel

3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

3.1.1. Belanghebbende was in het onderhavige jaar woonachtig in Nederland. Hij heeft in dit jaar als technicus-stuurman inkomsten uit tegenwoordige arbeid genoten. In de periode 1 januari 1999 tot en met 30 juni 1999 was hij in dienstbetrekking werkzaam voor de in Nederland gevestigde vennootschap A B.V. De werkzaamheden zijn in de periode van 1 januari tot 10 april 1999 in Nederland verricht. In de periode van 10 april tot en met 30 juni 1999 is belanghebbende in opdracht van de voormelde werkgever feitelijk in Brazilië werkzaam geweest.

3.1.2. Op 1 juli 1999 is belanghebbende in loondienst getreden van B limited, gevestigd in de Verenigde Staten. Vanaf die datum heeft hij zijn werkzaamheden voor die werkgever eveneens in Brazilië verricht.

3.2. Voor het Hof was in geschil het antwoord op de vraag of belanghebbende voor de periode vanaf 10 april 1999 tot en met 30 juni 1999 als premieplichtige voor de heffing van de premies volksverzekeringen kan worden aangemerkt. Het Hof heeft die vraag in bevestigende zin beantwoord.

3.3. Artikel 10, lid 1, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 (KB van 3 mei 1989, Stb. 164), zoals gewijzigd bij Besluit van 18 december 1996, Stb. 677, luidde:

"Niet verzekerd ingevolge de volksverzekeringen is de ingezetene die gedurende een aaneengesloten periode van ten minste drie maanden buiten Nederland arbeid verricht, tenzij die arbeid wordt verricht uit hoofde van een dienstbetrekking met een in Nederland gevestigde werkgever."

Artikel 12, lid 1, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekerden 1999 (KB van 24 december 1998, Stb. 746) luidt:

"Niet verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de persoon die in Nederland woont en die gedurende een aaneengesloten periode van ten minste drie maanden uitsluitend buiten Nederland arbeid verricht, tenzij die arbeid uitsluitend wordt verricht uit hoofde van een dienstbetrekking met een in Nederland wonende of gevestigde werkgever."

In de Nota van toelichting bij dat laatste besluit is niet (apart) toegelicht waarom in artikel 12, lid 1, in het zinsdeel na de komma het woord 'uitsluitend' is toegevoegd. Wel is in die Nota ten aanzien van het bepaalde in dat artikel 12, lid 1, vermeld:

"Voorts zij vermeld dat de driemaandstermijn van de oude bepaling is gehandhaafd en derhalve blijft gelden voor werknemers die uitsluitend buiten Nederland werkzaam zijn in dienstbetrekking van een buitenlandse werkgever (...)."

Gelet op die passage moet worden aangenomen dat het niet de bedoeling van de besluitgever is geweest om door de toevoeging in het zinsdeel na de komma van het woord 'uitsluitend' van verzekering ingevolge de volksverzekeringen uit te sluiten de persoon die in Nederland woont en uit hoofde van een dienstbetrekking met een in Nederland wonende of gevestigde werkgever werkzaamheden in het buitenland verricht, voorzoveel het betreft de periode waarin uitsluitend voor die werkgever werkzaamheden in het buitenland worden verricht. Het middel, dat kennelijk uitgaat van een andere opvatting, faalt derhalve.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.E.M. van der Putt-Lauwers als voorzitter, en de raadsheren F.W.G.M. van Brunschot, D.G. van Vliet, P. Lourens en J.W. van den Berge, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2005.