Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AS5562

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-04-2005
Datum publicatie
25-04-2005
Zaaknummer
02110/04
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AS5562
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2003:AN8610
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

OM-cassatie. HR doet middel af met art. 81 RO onder verwijzing naar op dezelfde dag uitgesproken zaak tegen medeverdachte (LJN AS5556).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 april 2005

Strafkamer

nr. 02110/04

SG/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 18 november 2003, nummer 22/002074-02, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren op Curaçao (Nederlandse Antillen) op [geboortedatum] 1979, wonende te [woonplaats], ten tijde van de betekening van de aanzegging uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Haaglanden" te Zoetermeer.

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Rotterdam van 22 augustus 2001 - de verdachte ter zake van 1., 4. en 5. telkens opleverende "de voortgezette handeling van afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd en diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd", 2., 3. en 7. telkens opleverende "de voortgezette handeling van afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd en diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd", 6. "poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft" en 8. "poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen" veroordeeld tot vier jaren gevangenisstraf. Voorts heeft het Hof de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] toegewezen een en ander zoals in het arrest vermeld.

2. Geding in cassatie

2.1. Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De raadsman van de verdachte, mr. M.R. Mantz, advocaat te 's-Gravenhage, heeft het cassatieberoep tegengesproken.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.

2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de

Advocaat-Generaal.

3. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 19 april 2005 nr. 02109/04 LJN AS 5556).

4. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 19 april 2005.