Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AS4749

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-03-2005
Datum publicatie
16-03-2005
Zaaknummer
02492/04
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AS4749
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR verwerpt cassatieberoep. De conclusie van de A-G strekte ertoe dat verdachte niet-ontvankelijk zou worden verklaard omdat hij tardief appèl had ingesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 171
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 maart 2005

Strafkamer

nr. 02492/04

AGJ/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 9 mei 2003, nummer 23/003809-02, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1942, ten tijde van de bestreden uitspraak uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Midden Holland" te Haarlem.

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 19 april 2002 - de verdachte ter zake van "overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld tot een geldboete van € 275,--, subsidiair vijf dagen hechtenis.

2. Geding in cassatie

Het beroep, dat zich kennelijk niet richt tegen de in het bestreden arrest besloten liggende beslissing van het Hof dat de verdachte ontvankelijk is in het door hem ingestelde hoger beroep, is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.A.F. van Drimmelen, advocaat te Haarlem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.

3. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 15 maart 2005.