Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AS4185

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-04-2005
Datum publicatie
15-04-2005
Zaaknummer
R04/040HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AS4185
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

15 april 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/040HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. M.G. Cantarella, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 229
JWB 2005/156
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 april 2005

Eerste Kamer

Rek.nr. R04/040HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. M.G. Cantarella,

t e g e n

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. E. Grabandt.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 14 maart 2000 gedateerd verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot de rechtbank te Rotterdam en verzocht tussen hem en verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - echtscheiding uit te spreken, hem het huurrecht van de echtelijke woning toe te kennen en een bevel tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap te geven.

De vrouw heeft een verweerschrift ingediend en zelfstandig onder meer vaststelling van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap verzocht conform haar daartoe strekkende voorstel.

De man heeft het zelfstandig verzoek van de vrouw bestreden.

De rechtbank heeft bij beschikking van 24 juli 2002 de echtscheiding tussen partijen uitgesproken, bepaald dat de man het huurrecht van de echtelijke woning toekomt en iedere verdere beslissing aangehouden.

Na een tussenbeschikking van 16 oktober 2002, waarbij aan de vrouw een alimentatie van € 249,58 per maand ten laste van de man werd toegekend, heeft de rechtbank bij eindbeschikking van 20 december 2002 de verdeling van de gemeenschap vastgesteld, bepaald dat ieder van partijen de inboedelgoederen behoudt, die hij/zij thans onder zich heeft, aan de vrouw de in het dictum van de beschikking vermelde schulden toegescheiden en aan de man het krediet op de betaalrekening bij de Rabobank, en het meer of anders verzochte afgewezen.

Tegen de beschikkingen van 16 oktober 2002 en 20 december 2002 heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij beschikking van 17 december 2003 heeft het hof:

- de beschikking van 16 oktober 2002 vernietigd voor zover het de alimentatie van de vrouw betreft en, in zoverre opnieuw beschikkende:

- het inleidende verzoek van de vrouw alsnog afgewezen;

- de beschikking van 20 december 2002 vernietigd, uitsluitend voor zover daarbij is bepaald dat de kredietschuld op betaalrekening bij de Rabobank aan de man wordt toegedeeld en bepaald, in zoverre opnieuw beschikkende:

- dat ten laste van ieder der partijen wordt gebracht de helft van de kredietschuld op betaalrekening bij de Rabobank, zijnde in totaal € 12,834,--;

- in aanvulling op de beschikking van 20 december 2002 bepaald, dat aan de man wordt toegedeeld een auto, merk Suzuki Swift, ter waarde van € 300,--;

- de man veroordeeld om aan de vrouw ter zake van overbedeling te betalen een bedrag van € 3.832,--;

- deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard;

- de beschikking van 20 december 2002, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, voor het overige bekrachtigd, en

- het meer of anders verzochte afgewezen.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 15 april 2005.