Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AS4133

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-02-2005
Datum publicatie
18-02-2005
Zaaknummer
C04/018HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AS4133
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

18 februari 2005 Eerste Kamer Nr. C04/018HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: KATHOLIEKE SCHOOLSTICHTING VOOR WATERINGEN EN KWINTSHEUL, gevestigd te Wateringen, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. J.I. van Vlijmen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 120
JWB 2005/66
JOR 2005/115
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 februari 2005

Eerste Kamer

Nr. C04/018HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

KATHOLIEKE SCHOOLSTICHTING VOOR WATERINGEN EN KWINTSHEUL,

gevestigd te Wateringen,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. J.I. van Vlijmen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: de Stichting - heeft bij exploot van 30 december 1996 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en na wijziging van eis bij conclusie van repliek gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. voor recht te verklaren dat [verweerder] onzorgvuldig, althans onrechtmatig jegens de Stichting heeft gehandeld in verband met het onbetaald blijven van haar vordering op Architectenbureau [A] B.V. en hem te veroordelen tot vergoeding van de daardoor veroorzaakte schade, nader op te maken bij staat, te vermeerderen met (een percentage gelijk aan) wettelijke rente vanaf de schadedatum, althans vanaf de datum van de dagvaarding;

2. [verweerder] te veroordelen om aan de Stichting te betalen een bedrag van ƒ 98.756,07, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 maart 1993, alsmede te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, te weten drie werkuren à ƒ 280,-- (te vermeerderen met BTW), alsmede een bedrag van ƒ 6.390,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 november 1996.

[Verweerder] heeft de vordering bestreden en van zijn kant voorwaardelijk in reconventie gevorderd de Stichting te veroordelen tot schadevergoeding, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

De Stichting heeft in voorwaardelijke reconventie de vordering van [verweerder] bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 12 september 2001 in conventie de vordering afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft de Stichting hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 23 september 2003 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de Stichting beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het herstelexploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 996,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 18 februari 2005.