Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AS4128

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-02-2005
Datum publicatie
11-02-2005
Zaaknummer
C03/309HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AS4128
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

11 februari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/309HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiseres 1], 2. [Eiser 2], 3. [Eiseres 3], 4. CHEAPSKATES B.V., alle wonende c.q. gevestigd te [plaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n Mr. Gerardus Martinus VAN VOORST, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1], kantoorhoudende te Amstelveen, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. E. van Staden ten Brink. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 98
JWB 2005/63
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11 februari 2005

Eerste Kamer

Nr. C03/309HR

JMH/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiseres 1],

2. [Eiser 2],

3. [Eiseres 3],

4. CHEAPSKATES B.V.,

alle wonende c.q. gevestigd te [plaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. E. Grabandt,

t e g e n

Mr. Gerardus Martinus VAN VOORST, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1],

kantoorhoudende te Amstelveen,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerder in cassatie - verder te noemen: de curator - heeft bij vijf exploten van 3 februari 2000 eisers tot cassatie alsmede [betrokkene 2], wonende te [woonplaats] - verder afzonderlijk te noemen: [eiseres 1], [eiser 2], [eiseres 3] en Cheapskates, dan wel gezamenlijk: [eiser] c.s. en [betrokkene 2] - gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] c.s. en [betrokkene 2] hoofdelijk, des dat de een betalend de anderen bevrijd zijn, te veroordelen om aan de curator te betalen een bedrag van ƒ 305.000, subsidiair de in het petitum ten laste van verschillende eisers vermelde bedragen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 augustus 1996 tot aan de dag der algehele voldoening.

[Eiser] c.s. en [betrokkene 2] hebben de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 31 oktober 2001 [eiseres 1] veroordeeld tot betaling aan de curator van ƒ 97.561,08 en van ƒ 18.659,65, vermeerderd met de wettelijke rente over die bedragen vanaf 27 augustus 1996 tot aan de voldoening, de curator tot bewijslevering toegelaten, en de vordering tegen [betrokkene 2] afgewezen.

Tegen dit vonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De curator heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij arrest van 7 augustus 2003 heeft het hof in het principale beroep het beroep verworpen. In het incidentele beroep heeft het hof het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de veroordeling van [eiseres 1] tot betaling van de bedragen van ƒ 97.561,08 en ƒ 18.659,65 vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [eiser] c.s. hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan de curator van een bedrag van € 90.756,04, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 27 augustus 1996 tot aan de dag der algehele voldoening, [eiser] c.s. in de proceskosten van het hoger beroep aan de zijde van de curator verwezen, en het vonnis waarvan beroep voor het overige bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De curator heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 996,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman, P.C. Kop en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 11 februari 2005.