Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AS4106

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-01-2005
Datum publicatie
28-01-2005
Zaaknummer
39837
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHLEE:2003:AG1679
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Ziekenfondswet. Aan de inspecteur na 1 oktober bekend geworden gegevens tellen niet mee voor bepaling verzekeringsplicht zelfstandigen.

Wetsverwijzingen
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen 3, geldigheid: 2005-01-28
Regeling tijdvak en inkomen ziekenfondsverzekering zelfstandigen 2, geldigheid: 2005-01-28
Regeling tijdvak en inkomen ziekenfondsverzekering zelfstandigen 3, geldigheid: 2005-01-28
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2005, 130
FutD 2005-0168 met annotatie van Fiscaal up to Date
BNB 2005/131
WFR 2005/179
V-N 2005/23.15

Uitspraak

Nr. 39.837

28 januari 2005

BK

gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 13 juni 2003, nr. BK 748/02, betreffende na te melden ten aanzien van X te Z gegeven beschikking als bedoeld in artikel 3d, lid 2, van de Ziekenfondswet (hierna ook: Zfw).

1. Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof

De Inspecteur heeft bij beschikking verklaard dat belanghebbende wat betreft het jaar 2000 voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 3d, lid 1, Zfw.

Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur bij uitspraak de verklaring gehandhaafd.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft het beroep gegrond verklaard, de bestreden uitspraak vernietigd, bepaald dat belanghebbende niet voldoet aan de voorwaarden voor de verplichte ziekenfondsverzekering in 2000 en de bestreden verklaring in die zin gewijzigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

De Staatssecretaris heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van het middel

3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Belanghebbende is per 1 januari 2000 een onderneming gestart. Hij is met ingang van 2000 verzekerd ingevolge artikel 3, lid 1, aanhef en letter a, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

Belanghebbende heeft in mei 2000 een schatting voor het jaar 2000 ingediend, uitkomend op een belastbaar inkomen van ƒ 40.000. Op 13 december 2001 heeft de Inspecteur een verklaring afgegeven houdende dat belanghebbende voor 2000 verplicht verzekerd is voor het ziekenfonds. Met het tegen deze beschikking gerichte bezwaarschrift van 19 december 2001 heeft belanghebbende zijn aangiftebiljet voor de inkomstenbelasting voor het jaar 2000 meegestuurd, waarin hij aangifte doet van een belastbaar inkomen van ƒ 67.740.

3.2. Voor het Hof was tussen partijen in geschil of de Inspecteur de beschikking terecht heeft gebaseerd op de schatting van belanghebbende van mei 2000 (leidend tot de verklaring dat belanghebbende voor het jaar 2000 wèl werd aangemerkt als verzekerde), dan wel had moeten baseren op de gegevens van belanghebbendes aangiftebiljet dat hij met zijn bezwaarschrift van 19 december 2001 heeft meegestuurd (hetgeen zou moeten leiden tot de verklaring dat belanghebbende voor het jaar 2000 niet werd aangemerkt als verzekerde). Het Hof heeft in laatstbedoelde zin beslist. Daartegen richt zich het middel.

3.3. Bij de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld. Het systeem dat de wetgever voor ogen stond op het punt waar het in de onderhavige zaak om gaat, komt erop neer dat de verklaring inzake het al dan niet verplicht verzekerd zijn is gebaseerd op de bij de rijksbelastingdienst op de peildatum bekende gegevens betreffende het inkomen van de zelfstandige (vgl. HR 11 juni 2004, nr. 37545, BNB 2004/318). Ingevolge artikel 3, lid 1, van de Regeling tijdvak en inkomen ziekenfondsverzekering zelfstandigen (hierna: de Regeling) wordt voor de toepassing van artikel 3d, lid 1, Zfw voor het eerste jaar waarin iemand zelfstandige is, in aanmerking genomen het inkomen over het jaar waarin hij zelfstandige is geworden. Artikel 3, lid 2, van de Regeling stelt voor dat geval de peildatum op het tijdstip waarop de schatting van het inkomen door de zelfstandige wordt gedaan. Artikel 3d, lid 1, Zfw moet voor een dergelijk geval zo worden uitgelegd dat de beoordeling of de betrokkene verplicht ziekenfondsverzekerd is, plaatsvindt op basis van die schatting, ook al zouden de inspecteur ten tijde van het vaststellen van de desbetreffende beschikking of de behandeling van een tegen die beschikking gemaakt bezwaar inmiddels nadere gegevens bekend zijn.

3.4. Uit het vorenoverwogene volgt dat de Inspecteur bij de beoordeling of belanghebbende voor het jaar 2000 als verplicht ziekenfondsverzekerd moet worden aangemerkt, terecht zich heeft gebaseerd op de door belanghebbende in mei 2000 ingediende schatting van het jaar 2000 en bij de heroverweging in bezwaar terecht geen acht heeft geslagen op de gegevens van het aangiftebiljet dat belanghebbende met zijn bezwaarschrift van 19 december 2001 heeft meegestuurd. 's Hofs andersluidende opvatting is derhalve onjuist. Het middel slaagt. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.

3.5. Aangaande de door het Hof niet behandelde grieven overweegt de Hoge Raad het volgende.

3.5.1. De grief dat de maatstaf van één toetsjaar te beperkt is, stuit af op hetgeen de Hoge Raad heeft geoordeeld in zijn arrest van 7 maart 2003, nr. 36642, BNB 2003/249.

3.5.2. De grief dat de Inspecteur, gelet op de inkomens waarnaar op 9 oktober 2001 voor het jaar 2000 voorlopige aanslagen in de inkomstenbelasting respectievelijk premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen zijn vastgesteld, het inkomen willekeurig heeft vastgesteld, ziet eraan voorbij dat, zoals volgt uit hetgeen hiervoor onder 3.4 is overwogen, de beoordeling of belanghebbende verplicht ziekenfondsverzekerd is, dient plaats te vinden op basis van belanghebbendes eigen schatting van mei 2000.

3.5.3. Belanghebbende stelt terecht dat de beschikking dermate laat is afgegeven (op 13 december 2001), dat hij geen gelegenheid meer had voor het onderhavige jaar (2000) zijn particuliere ziektekostenverzekering te beëindigen. Zulks kan echter niet leiden tot vernietiging van de beschikking, aangezien de verzekeringsplicht niet voortvloeit uit de beschikking maar uit de Zfw (vgl. HR 2 mei 2003, nr. 38252, BNB 2003/250). Thans kan onbesproken blijven of zulks wel gevolgen kan hebben voor de premieplicht.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie gegrond,

vernietigt de uitspraak van het Hof, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht, en

verklaart het tegen de uitspraak van de Inspecteur ingestelde beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.J. van Amersfoort als voorzitter, en de raadsheren A.R. Leemreis en C.J.J. van Maanen, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2005.