Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AS3823

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-02-2005
Datum publicatie
11-02-2005
Zaaknummer
R04/038HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AS3823
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

11 februari 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/038HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. B.D.W. Martens, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: V.K.S. Budhu Lall. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 93
JWB 2005/59
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11 februari 2005

Eerste Kamer

Rek.nr. R04/038HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. B.D.W. Martens,

t e g e n

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: V.K.S. Budhu Lall.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 17 april 2002 gedateerd verzoekschrift heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot de rechtbank te Rotterdam en uitvoerbaar bij voorraad verzocht de beschikking van deze rechtbank van 23 april 2001 in dier voege te wijzigen dat de daarin vastgestelde bijdrage in het levensonderhoud van verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - van ƒ 2.000,-- per maand met ingang van 22 juni 2001 op nihil wordt gesteld.

De vrouw heeft het verzoek bestreden.

De rechtbank heeft na een mondelinge behandeling op 27 januari 2003 bij beschikking van 10 februari 2003 haar beschikking van 23 april 2001 gewijzigd en de alimentatie voor de vrouw ten laste van de man met ingang van 1 februari 2003 tot 1 augustus 2003 bepaald op € 408,-- per maand en met ingang van 1 augustus 2003 op € 907,56.

Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage en daarbij zijn verzoek in eerste aanleg herhaald.

De vrouw heeft verweer gevoerd.

Bij beschikking van 10 december 2003 heeft het hof de bestreden beschikking vernietigd en, opnieuw beschikkende - met dienovereenkomstige wijziging van de beschikking van 23 april 2001 van de rechtbank te Rotterdam - de alimentatie voor de vrouw ten laste van de man met ingang van 22 juni 2001 op € 351,-- per maand bepaald, wat de na 10 december 2003 te verschijnen termijnen betreft bij vooruitbetaling te voldoen, met dien verstande dat voor zover de man over de periode van 22 juni 2001 tot 10 december 2003 meer heeft betaald en/of op hem meer is verhaald, de bijdrage over deze periode wordt bepaald op hetgeen door de man is betaald en/of op hem is verhaald.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 11 februari 2005.