Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AS3730

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-02-2005
Datum publicatie
11-02-2005
Zaaknummer
C04/035HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AS3730
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

11 februari 2005 Eerste Kamer Nr. C04/035HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. M. Ynzonides, t e g e n [Verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. G. Snijders. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 100
JWB 2005/57
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11 februari 2005

Eerste Kamer

Nr. C04/035HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. M. Ynzonides,

t e g e n

[Verweerster],

gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. G. Snijders.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - heeft bij exploot van 24 januari 2001 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

A. [eiseres] te veroordelen om aan [verweerster] te betalen tegen behoorlijk bewijs van kwijting het bedrag van ƒ 597.839,01, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 30 september 1999 (zijnde de dag waarop [eiseres] de optierente verschuldigd was) tot aan de dag van algehele voldoening, althans ieder ander bedrag dat de rechtbank in goede justitie redelijk acht;

B. [eiseres] te veroordelen om aan [verweerster] te betalen tegen behoorlijk bewijs van kwijting een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten van ƒ 17.130,79, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover van 21 oktober 1999 tot aan de dag der algehele voldoening, althans ieder ander bedrag dat de rechtbank in goede justitie redelijk acht;

C. [eiseres] te veroordelen in de kosten van deze procedure, een vergoeding voor de kosten van juridische bijstand daaronder begrepen.

[Eiseres] heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 2 oktober 2002 de vordering afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 16 oktober 2003 heeft het hof het vonnis waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering van [verweerster] tot de bedragen € 271.287,52 en € 3.448,73 met de wettelijke rente alsnog toegewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eiseres] mede door mr. L.P. Kortmann, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 5.740,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 11 februari 2005.