Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AS3642

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-04-2005
Datum publicatie
08-04-2005
Zaaknummer
R04/006HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AS3642
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

8 april 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/006HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n DE GEMEENTE EDAM-VOLENDAM, gevestigd te Volendam, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. K.T.B. Salomons. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Algemene bijstandswet 92
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 207
JWB 2005/139
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

8 april 2005

Eerste Kamer

Rek.nr. R04/006HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

DE GEMEENTE EDAM-VOLENDAM,

gevestigd te Volendam,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. K.T.B. Salomons.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 8 maart 2002 ter griffie van de rechtbank te Haarlem ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de Gemeente - zich gewend tot die rechtbank en verzocht:

a. het totale bedrag dat verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - aan de Gemeente verschuldigd is vast te stellen op € 808,12 per maand;

b. de bijdrage in te laten gaan op 26 januari 2001;

c. de man te veroordelen dit bedrag te voldoen;

d. de man te veroordelen de ontstane achterstand van € 8.237,64, met betrekking tot de periode van 26 januari 2001 tot en met 30 november 2001 te voldoen, door betaling ineens van laatstgenoemd bedrag;

e. de man te veroordelen in de kosten van de wettelijke rente vanaf de datum dat hij in verzuim is;

f. de man te veroordelen in de kosten van het geding.

De man heeft het verzoek bestreden.

De rechtbank heeft bij beschikking van 24 september 2002 (wat het "verloop van de procedure" betreft hersteld bij beschikking van 15 oktober 2002) het verzoek afgewezen.

Tegen deze beschikking heeft de Gemeente hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam, Daarbij heeft zij verzocht de bestreden beschikking te vernietigen en te bepalen:

- dat de man aan de Gemeente met ingang van 26 januari 2001 een bijdrage in de kosten van bijstandsverlening aan de vrouw dient te voldoen een bedrag van € 808,12 per maand voor zolang de bijstandsverlening voortduurt met inachtneming van de wettelijke bepaling ten aanzien van de duur van de onderhoudsplicht;

- dat de achterstand in deze bijdrage tot en met november 2002 € 17.935,08 bedraagt;

- dat de achterstand terstond dient te worden voldaan;

- dat de kosten van eventuele betekening en executie van de beschikking voor rekening van de man komen.

Bij tussenbeschikking van 24 juli 2003 heeft het hof de beschikking waarvan beroep vernietigd en, onder aanhouding van iedere verdere beslissing, de man in de gelegenheid gesteld nadere stukken over te leggen.

Het hof heeft bij eindbeschikking van 16 oktober 2003 de door de man aan de Gemeente te betalen verhaalsbijdrage ten behoeve van de vrouw met ingang van 26 januari 2001 bepaald op € 808,12 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen, deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard, het meer of anders verzochte afgewezen, en de proceskosten tussen partijen gecompenseerd.

Beide beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen beide beschikkingen van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Gemeente heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en A.M.J. van Buchem-Spapens, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 8 april 2005.