Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AS2812

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-04-2005
Datum publicatie
01-04-2005
Zaaknummer
C04/051HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AS2812
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

1 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/051HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], voorheen handelende en zaakdoende onder de naam Machinebouw Meppel B.V. i.o. te Meppel, wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. F.W.J. van der Steen, t e g e n [Verweerster], handelende onder de naam Flexion Hydrauliek, gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. J.A. Meijer. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 197
JWB 2005/126
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

1 april 2005

Eerste Kamer

Nr. C04/051HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser], voorheen handelende en zaakdoende onder de naam Machinebouw Meppel B.V. i.o. te Meppel,

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. F.W.J. van der Steen,

t e g e n

[Verweerster], handelende onder de naam Flexion Hydrauliek,

gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. J.A. Meijer.

1. Het geding in feitelijke instanties

Scheeps & Jachtreparatie Meppel B.V., gevestigd te Meppel, hierna: Meppel, en eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - hebben bij exploot van 29 juli 1999 verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - gedagvaard voor de rechtbank te Groningen en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [verweerster] te veroordelen om aan Meppel en [eiser] te voldoen een bedrag van ƒ 162.131,--, vermeerderd met de wettelijke rente over ƒ 152.630,-- vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.

[Verweerster] heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 14 juli 2000 het gevorderde afgewezen.

Tegen dit vonnis hebben Meppel en [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.

Nadat de memorie van grieven en de memorie van antwoord waren genomen, is het geding tussen Meppel en [verweerster] geschorst in verband met het op 12 december 2002 uitgesproken faillissement van Meppel. De curator in het faillissement van Meppel heeft geen gevolg gegeven aan de oproeping van [verweerster] om het geding over te nemen, waarop de procedure tussen Meppel en [verweerster] is hervat.

Ter rolle van 7 mei 2003 heeft [verweerster] ontslag van instantie jegens Meppel gevraagd, welk verzoek door de rolrechter is afgewezen.

Vervolgens heeft [verweerster] bij gelegenheid van de pleidooien wederom ontslag van instantie verzocht.

Bij arrest van 17 september 2003 heeft het hof [verweerster] jegens Meppel ontslag van instantie verleend, het vonnis waarvan beroep vernietigd, voor zover de vordering van [eiser] is afgewezen, en, opnieuw rechtdoende, [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vordering verklaard, en Meppel en [eiser] in de kosten van het geding in hoger beroep aan de zijde van [verweerster] veroordeeld.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft alleen [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het herstelexploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 2.276,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 1 april 2005.