Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AS2513

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-02-2005
Datum publicatie
05-04-2005
Zaaknummer
01545/04 P
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AS2513
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Profijtontneming. Ingevolge art. 511g.2 jo. 415 jo. 359.1 en 359.9 (oud) Sv dient de uitspraak van de rechter op een vordering ex art. 36e Sr op straffe van nietigheid de inhoud te bevatten van de bewijsmiddelen waaraan zijn schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend. Het door het hof bevestigde vonnis van de rb voldoet niet aan deze eis voor zover het als bewijsmiddelen vermeldt a) het vonnis van de rb in de hoofdzaak en b) een geschrift, zijnde een als bijlage bij het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel gevoegd Exceloverzicht waarin is aangegeven welke hoeveelheden verdovende middelen door veroordeelde zijn geleverd en welke omzet hieruit mogelijk is behaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 februari 2005

Strafkamer

nr. 01545/04 P

IV/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 26 maart 2004, nummer 22/004393-02, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum] 1971, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Haaglanden" te 's-Gravenhage.

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - behalve ten aanzien van de vermelding van artikel 24d van het Wetboek van Strafrecht als een bepaling waarop zijn uitspraak berust en behalve ten aanzien van het bevel dat indien betaling noch verhaal volledig volgt, vervangende hechtenis wordt toegepast - bevestigd een beslissing van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 12 juni 2002, waarbij de betrokkene een verplichting is opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 78.000,-- subsidiair 156 dagen hechtenis.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. D. Moszkowicz, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het bestreden arrest zal vernietigen en de zaak zal verwijzen naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande beroep te worden berecht en afgedaan.

3. Beoordeling van de middelen

3.1. In de middelen wordt geklaagd over het ontbreken van de inhoud van de in de aanvulling op het verkorte vonnis van de Rechtbank onder 1 en 3 genoemde bewijsmiddelen. Het vonnis van de Rechtbank is door het Hof bevestigd. De middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.

3.2. De aanvulling op het verkorte vonnis houdt in dat de Rechtbank als bewijsmiddelen, verkort en zakelijk weergegeven, onder meer heeft gebezigd:

"1. het vonnis van deze rechtbank, gewezen in de strafzaak tegen verweerder, van 9 oktober 2000, met parketnummer 09/757357-99;

2. (...)

3. een geschrift, zijnde een als bijlage 2 bij voornoemd Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, d.d. 19 juni 2000, nummer PL1513/1999/50714AD, gevoegd Exceloverzicht waarin is aangegeven welke hoeveelheden verdovende middelen door [betrokkene] zijn geleverd en welke omzet hieruit mogelijk is behaald."

3.3. Ingevolge art. 511g, tweede lid, Sv in verbinding van art. 415 Sv en art. 359, eerste en negende lid, (oud) Sv dient de uitspraak van de rechter op een vordering als bedoeld in art. 36e Sr op straffe van nietigheid de inhoud te bevatten van de bewijsmiddelen waaraan zijn schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend.

3.4. Het door het Hof bevestigde vonnis van de Rechtbank voldoet voor wat betreft de hiervoor onder 3.2 onder 1 en 3 genoemde bewijsmiddelen niet aan deze eis, zodat de middelen terecht zijn voorgesteld.

4. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en dat als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

Vernietigt de bestreden uitspraak;

Wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend-griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 22 februari 2005.