Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AS1884

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-02-2005
Datum publicatie
22-02-2005
Zaaknummer
00976/04
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AS1884
In cassatie op : ECLI:NL:GHARN:2003:AN8049
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

In pv neergelegde verklaring van verbalisant betreffende een anonieme telefonische tip dat verdachte de overval heeft gepleegd, is een verklaring ex art. 344a.3 Sv, waarvan het gebruik als bewijsmiddel nader moet worden gemotiveerd. I.c. heeft het hof dit pv kennelijk gebezigd om tot uitdrukking te brengen wat de aanleiding is geweest voor de doorzoeking van verdachtes woning en dus niet als een bewijsmiddel dat een zelfstandige bijdrage levert aan de motivering van de bewezenverklaring. Gelet daarop was het hof niet tot een bijzondere redengeving als hiervoor bedoeld gehouden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 februari 2005

Strafkamer

nr. 00976/04

IV/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 21 oktober 2003, nummer 21/002039-02, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren [te geboorteplaats] (Nederlandse Antillen) op [geboortedatum] 1975, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Flevoland" te Almere.

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Zwolle van 30 juli 2002, voorzover aan 's Hofs oordeel onderworpen - de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding onder 4 primair tenlastegelegde en hem voorts ter zake van 1 primair, 2 primair, 4 subsidiair en 6 primair telkens opleverende "diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen" en 5 primair "diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken" veroordeeld tot elf jaren gevangenisstraf met onttrekking aan het verkeer zoals in het arrest omschreven. Voorts heeft het Hof de vorderingen van de benadeelde partijen, [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 3], [benadeelde partij 4], [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 6] toegewezen en aan de verdachte betalingsverplichtingen opgelegd een en ander zoals in het arrest vermeld en de benadeelde partij, [benadeelde partij 7], niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.

3. Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beoordeling van het tweede middel

4.1. Het middel bevat de klacht dat het Hof ten aanzien van feit 1 als bewijsmiddel gebruik heeft gemaakt van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, zonder dat het Hof ervan blijk heeft gegeven de betrouwbaarheid van die verklaring te hebben onderzocht en dat de bewezenverklaring in zoverre niet naar de eis der wet met redenen is omkleed.

4.2. Het in het middel bedoelde bewijsmiddel betreft het proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en ondertekend op 17 november 2001 door de daartoe bevoegde buitengewoon opsporingsambtenaar van politie bij de politie Flevoland basiseenheid Almere West, E. Rijken Binnenkade, inhoudende als verklaring van deze verbalisant (bewijsmiddel 17):

"Naar aanleiding van een anoniem telefoongesprek welke bij de politie binnen kwam, rapporteer ik het volgende:

Op vrijdag 16 november 2001 kwam er een gesprek binnen. Ik hoorde dat het een mevrouw betrof. Zij vertelde mij dat de overval op Albert Heijn afgelopen woensdag, is gepleegd door [verdachte] (fon), wonende aan de [a-straat 1] in [woonplaats]."

4.3. Voormeld proces-verbaal moet worden aangemerkt als een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, als bedoeld in art. 344a, derde lid, Sv, waarvan het gebruik als bewijsmiddel nader dient te worden gemotiveerd.

4.4. Het Hof heeft voormeld proces-verbaal kennelijk gebezigd om tot uitdrukking te brengen wat de aanleiding is geweest voor de doorzoeking van verdachtes woning op 16 november 2001 waarvan in de bewijsmiddelen 5 en 18 gewag wordt gemaakt en dus niet als een bewijsmiddel dat een zelfstandige bijdrage levert aan de motivering van de bewezenverklaring. Gelet daarop was het Hof niet tot een bijzondere redengeving als hiervoor onder 4.3 bedoeld gehouden. De bewezenverklaring van feit 1 is voorts toereikend gemotiveerd. Het middel faalt.

5. Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

6. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend-griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 15 februari 2005.