Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AS1874

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-02-2005
Datum publicatie
23-02-2005
Zaaknummer
00812/04
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AS1874
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Geen wetsbepaling schrijft voor dat in het arrest van het hof uitdrukkelijk wordt vermeld dat een zwaardere straf is opgelegd met eenparigheid van stemmen ex art. 424.2 Sv. Evenmin kan de verplichting tot zodanige vermelding worden ontleend aan enige andere rechtsregel, meer i.h.b. niet aan art. 6 EVRM (vgl. EHRM 27 juni 2000, dec., appl. no. 40171/98 Boons tegen Nederland).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 februari 2005

Strafkamer

nr. 00812/04

AGJ/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 20 januari 2004, nummer 20/002493-02, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Maastricht van 31 juli 2002 - de verdachte ter zake van "diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak" veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf met verbeurdverklaring zoals in het arrest omschreven. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan de verdachte een betalingsverplichting opgelegd een en ander zoals in het arrest vermeld.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. C.H.J.M. van Heugten, advocaat te Sittard, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de schriftuur

Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De als eerste middel aangeduide klacht voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven.

4. Beoordeling van het tweede middel

4.1. Het middel bevat de klacht dat het Hof niet overeenkomstig art. 424, tweede lid, Sv in het arrest tot uitdrukking heeft gebracht dat het de straf - die hoger is dan door de Rechtbank is bepaald - met eenparigheid van stemmen heeft opgelegd.

4.2. De Rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van vier weken. Het Hof heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van zes weken.

4.3. Het is vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat geen wetsbepaling voorschrijft dat in het arrest uitdrukkelijk wordt vermeld dat de zwaardere straf is opgelegd met eenparigheid van stemmen. Evenmin kan de verplichting tot zodanige vermelding worden ontleend aan enige andere rechtsregel meer in het bijzonder niet aan art. 6 EVRM (vgl. EHRM 27 juni 2000, dec., appl. no. 40171/98 Boons tegen Nederland).

4.4. Het middel is dus tevergeefs voorgesteld.

5. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

6. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 22 februari 2005.