Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AR8923

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-02-2005
Datum publicatie
18-04-2019
Zaaknummer
01331/04 E
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AR8923
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Economische zaak. Opzettelijk zonder vergunning veranderen van door BV gedreven inrichting, art. 8.1.1.b Wet milieubeheer. 1. Mocht Hof door OM ingesteld rechtsmiddel (h.b. tegen ontnemingszaak) converteren in juist rechtsmiddel (h.b. tegen strafzaak)? 2. Beroep op afwezigheid van alle schuld. 3. Beroep op overmacht op de grond dat verdachte geen normadressaat is van verbod om zonder vergunning inrichting te veranderen. 4. Bewijsklacht voorwaardelijk opzet. HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 februari 2005

Strafkamer

nr. 01331/04 E

AGJ/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, Economische Kamer, van 20 januari 2004, nummer 20/001326-02, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , gevestigd te [vestigingsplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Economische Politierechter in de Rechtbank te Breda van 25 februari 2002 - de verdachte ter zake van "overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, begaan door een rechtspersoon" veroordeeld tot een geldboete van € 25.000,--.

2. Geding in cassatie

2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.B. Milo, advocaat te Tilburg, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.

2.2. De Hoge Raad heeft kennis genomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

3. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend-griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 22 februari 2005.