Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AR8892

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-01-2005
Datum publicatie
07-01-2005
Zaaknummer
460
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Niet verzekerd. Art. 24 BUB 1989 niet van toepassing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2005, 40 met annotatie van Van Waaijen
FutD 2005-0013
BNB 2005/109
WFR 2005/65
V-N 2005/6.18

Uitspraak

Nr. 460

7 januari 2005

wv

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (Spanje) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 januari 2003, nr. 99/4888 AOW, betreffende na te melden besluit van het bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (hierna: het Bestuur) inzake een verzoek vrijgesteld te worden van verzekering ingevolge de volksverzekeringen.

1. Besluit, bezwaar en geding voor de Rechtbank

Bij besluit van 30 september 1994 heeft het Bestuur het verzoek van belanghebbende vrijgesteld te worden van de verzekeringsplicht ingevolge de volksverzekerings-wetten afgewezen.

Het Bestuur heeft het tegen dit besluit gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen de beslissing op het bezwaar heeft belanghebbende beroep ingesteld bij de Rechtbank te Middelburg.

De Rechtbank heeft bij uitspraak van 2 augustus 1999 het beroep ongegrond verklaard.

2. Geding voor de Centrale Raad

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad.

De Centrale Raad heeft de bestreden uitspraak bevestigd. De uitspraak van de Centrale Raad is aan dit arrest gehecht.

3. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Na het verstrijken van de cassatietermijn heeft belanghebbende nog een geschrift ingediend. Daarop kan geen acht worden geslagen, nu de wet niet de mogelijkheid biedt zodanig stuk in te dienen.

De Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank heeft als rechtsopvolger van het Bestuur een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

Na het verstrijken van de termijn die is gesteld voor indiening van een conclusie van repliek heeft belanghebbende nog een geschrift ingediend. Daarop kan geen acht worden geslagen, nu de wet niet de mogelijkheid biedt zodanig stuk in te dienen.

4. Beoordeling van de klachten

De in cassatie bestreden uitspraak van de Centrale Raad houdt in een beoordeling van de beslissing van het Bestuur om ten aanzien van belanghebbende geen toepassing te geven aan artikel 24 van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 van 3 mei 1989, Stb. 164 (hierna: BUB 1989). Het verzoek om deze toepassing werd gedaan op 22 juni 1994 en de beslissing daarop werd genomen op 30 september 1994. De Centrale Raad heeft - in cassatie onbestreden - geoordeeld dat op belanghebbende tot 1 december 1994 de Nederlandse socialezekerheidswetgeving niet van toepassing was. Hiervan uitgaande heeft de Centrale Raad geoordeeld dat de ter beoordeling staande beslissing van het Bestuur om artikel 24 van het BUB niet toe te passen, in stand dient te blijven. De tegen dat oordeel gerichte klacht faalt, nu het BUB 1989 onderdeel uitmaakte van de - op belanghebbende toentertijd niet van toepassing zijnde - Nederlandse socialezekerheidswetgeving. De overige klachten kunnen evenmin tot cassatie leiden, aangezien zij niet betreffen een schending of verkeerde toepassing van wettelijke bepalingen ter zake waarvan ingevolge de wet beroep in cassatie kan worden ingesteld, dan wel zich richten tegen oordelen van de Centrale Raad die ten overvloede zijn gegeven en zijn beslissing derhalve niet dragen.

5. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

6. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens en J.W. van den Berge, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2005.