Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AR7351

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-02-2005
Datum publicatie
11-02-2005
Zaaknummer
R03/111HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AR7351
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

11 februari 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R03/111HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. A.G.M. Haase, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 91
RFR 2005, 35
JWB 2005/61
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11 februari 2005

Eerste Kamer

Rek.nr. R03/111HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. A.G.M. Haase,

t e g e n

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 4 juli 2000 ter griffie van de rechtbank te Arnhem ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die rechtbank en verzocht echtscheiding tussen haar en verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - uit te spreken en, voor zover in cassatie nog van belang, partijen te bevelen met elkaar over te gaan tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.

De man heeft de verzoeken bestreden.

De rechtbank heeft na een tussenbeschikking van 16 november 2000 bij eindbeschikking van 15 februari 2001 echtscheiding tussen partijen uitgesproken en partijen bevolen over te gaan tot verdeling van de gemeenschap ten overstaan van een (door hen zelf te kiezen) notaris en daartoe nevenvoorzieningen getroffen.

Tegen de eindbeschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. De vrouw heeft incidenteel hoger beroep ingesteld en het hof verzocht de gemeenschap te verdelen overeenkomstig de door haar voorgestelde verdeling.

De man heeft dit verzoek bestreden.

Na tussenbeschikkingen van 30 oktober 2001, 29 januari 2002, 5 november 2002 en 21 januari 2003, heeft het hof bij eindbeschikking van 24 juni 2003 de beschikking van de rechtbank vernietigd voor zover deze de verdeling van de gemeenschap betreft en, in zoverre opnieuw beschikkende, de man veroordeeld aan de vrouw ter zake van de afrekening van de "Zugewinngemeinschaft" waarin partijen met elkaar waren gehuwd een bedrag te betalen van € 26.197,26, en voorts voorzieningen getroffen met betrekking tot de verdeling van de tot de eindvermogens van partijen behorende aandelen in gemeenschappelijke vermogensbestanddelen, waaronder de (voormalige) echtelijke woning en de inboedelgoederen.

De vijf vermelde beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen alle beschikkingen van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot:

- niet-ontvankelijkverklaring van de man in zijn beroep voor zover dit is gericht tegen de beschikkingen van het hof van 30 oktober 2001, 29 januari 2002 en 21 januari 2003, en

- verwerping van het beroep voor het overige.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 11 februari 2005.