Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AR7349

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-02-2005
Datum publicatie
18-02-2005
Zaaknummer
C04/047HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AR7349
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

18 februari 2005 Eerste Kamer Nr. C04/047HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], 2. [Eiseres 2], beiden wonende te [woonplaats], Portugal, EISERS tot cassatie, advocaat: mr. R.T.R.F. Carli, t e g e n FORTISBANK (NEDERLAND) N.V., voorheen Lentjes & Drossaert N.V., gevestigd te Rotterdam, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 123
JWB 2005/74
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 februari 2005

Eerste Kamer

Nr. C04/047HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiser 1],

2. [Eiseres 2],

beiden wonende te [woonplaats], Portugal,

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,

t e g e n

FORTISBANK (NEDERLAND) N.V., voorheen Lentjes & Drossaert N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. R.S. Meijer.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - hebben bij exploot van 25 oktober 1999 (de rechtsvoorgangster van) verweerster in cassatie - verder te noemen: de Bank - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Hertogenbosch en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de Bank te veroordelen om aan hen te betalen een bedrag van ƒ 304.033,93, te vermeerderen met de rente van 6% per jaar op basis van samengestelde interest over een bedrag van ƒ 272.500,--, althans te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf oktober 1998 tot aan de dag der algehele voldoening.

De Bank heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 15 december 2000 de vordering afgewezen.

Tegen dit vonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij tussenarrest van 4 juni 2002 heeft het hof [eiser] c.s. tot bewijslevering toegelaten. Na enquête en contra-enquête heeft het hof het bestreden vonnis bekrachtigd.

Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen beide arresten van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Bank heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 23 december 2004 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen

De in het middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Bank begroot op € 4.211,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, P.C. Kop, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 18 februari 2005.