Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AR6185

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-01-2005
Datum publicatie
28-01-2005
Zaaknummer
C03/320HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AR6185
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

28 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/320HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE HAARLEMSE GROND- EN HUIZEN EXPLOITATIE B.V., gevestigd te Haarlem, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. E. van Staden ten Brink, t e g e n GEMEENTE HAARLEM, zetelende te Haarlem, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. M.E. Gelpke. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2005-01-28
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 60
JWB 2005/35

Uitspraak

28 januari 2005

Eerste Kamer

Nr. C03/320HR

RM/JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

DE HAARLEMSE GROND- EN HUIZEN EXPLOITATIE B.V.,

gevestigd te Haarlem,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. E. van Staden ten Brink,

t e g e n

GEMEENTE HAARLEM,

zetelende te Haarlem,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. M.E. Gelpke.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: HGHE - heeft bij exploot van 3 december 1998 verweerster in cassatie - verder te noemen: de Gemeente - gedagvaard voor de rechtbank te Haarlem. Na vermindering en vermeerdering van eis heeft HGHE gevorderd, kort gezegd, nietig te verklaren althans te vernietigen 32 door de Gemeente uitgebrachte dwangbevelen en de bijbehorende betekeningsexploten, voor zover het althans de daarin opgenomen invorderingskosten betreft, alsmede de op grond van die dwangbevelen door HGHE aan de Gemeente betaalde invorderingskosten. Voorts heeft HGHE gevorderd de Gemeente te veroordelen aan haar te voldoen een bedrag van ƒ 18.595,-- met rente en kosten.

De Gemeente heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 16 oktober 2001 de vordering afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft HGHE hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij memorie van grieven heeft HGHE geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en, opnieuw rechtdoende, de Gemeente alsnog te veroordelen aan HGHE te voldoen een bedrag van ƒ 16.661,75.

Bij arrest van 21 augustus 2003 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft HGHE beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt HGHE in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 399,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 28 januari 2005.