Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AR6180

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-01-2005
Datum publicatie
14-01-2005
Zaaknummer
C03/294HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AR6180
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

14 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/294HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. A.H. Vermeulen, t e g e n HORST SINCO B.V. handelende onder de naam SINCO INVESTMENT, gevestigd te Voorburg, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. R. van Kessel. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2005-01-14
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 19
JWB 2005/9

Uitspraak

14 januari 2005

Eerste Kamer

Nr. C03/294HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. A.H. Vermeulen,

t e g e n

HORST SINCO B.V. handelende onder de naam SINCO INVESTMENT,

gevestigd te Voorburg,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. R. van Kessel.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: Horst Sinco - heeft bij exploot van 9 juni 2000 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de kantonrechter te Alphen aan den Rijn en gevorderd:

1. bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] te veroordelen om aan Horst Sinco tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van ƒ 18.763,18, vermeerderd met de wettelijke rente over ƒ 16.600,-- vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, daaronder, kosten rechtens, begrepen de B.T.W. over de daarvoor in aanmerking komende proceskosten;

2. [eiser] te veroordelen in de kosten van het geding hiertoe aan de zijde van Horst Sinco op ƒ 918,41, te vermeerderen met de kosten van dit exploot, waaronder ƒ 600,-- voor salaris en noodzakelijke verschotten voor de gemachtigde van Horst Sinco, en

3. dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

[Eiser] heeft de vorderingen bestreden en in reconventie gevorderd:

- Horst Sinco te veroordelen tot betaling van de door [eiser] geleden schade als gevolg van het aangaan van de pachtovereenkomst waarvan de hoogte nader dient te worden opgemaakt bij staat, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 april 1998 tot aan de dag der algehele voldoening;

- Sinco te veroordelen tot terugbetaling van de door [eiser] betaalde verzekeringspremie van in totaal ƒ 2.250,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 maart 1999 tot aan de dag der algehele voldoening;

- voorwaardelijk, indien de vordering in conventie geheel of gedeeltelijk wordt toegewezen, Horst Sinco te veroordelen tot betaling van de gestorte waarborgsom van ƒ 15.000,-- aan [eiser], te vermeerderen met de wettelijke rente over dit

bedrag vanaf 16 april 1998 tot aan de dag der algehele voldoening.

Horst Sinco heeft de vorderingen in reconventie bestreden.

De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 12 juni 2001 in conventie Horst Sinco tot het nemen van de in rov. 4.3 (laatste volzin) bedoelde akte en in reconventie [eiser] tot bewijslevering toegelaten. Na enquête heeft de kantonrechter bij eindvonnis van 19 maart 2002 in conventie [eiser] veroordeeld om aan Horst Sinco te betalen een bedrag van € 374,35 (ƒ 824,95), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 juni 2000 tot aan de dag der voldoening, in reconventie Horst Sinco veroordeeld om aan [eiser] de door hem geleden schade als gevolg van het aangaan van de pachtovereenkomst te betalen, op te maken bij staat en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 april 1998 tot aan de dag der voldoening, en het meer of anders in conventie en in reconventie gevorderde afgewezen.

Tegen beide vonnissen van de kantonrechter heeft Horst Sinco hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 25 juli 2003 heeft het hof de vonnissen waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [eiser] veroordeeld om aan Horst Sinco te voldoen een bedrag van € 7.124,35, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 juni 2000 tot die der algehele voldoening, dit arrest uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders door partijen gevorderde afgewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Horst Sinco heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor [eiser] namens zijn advocaat toegelicht door mr. C.M.H. van den Boogaard, advocaat bij de Hoge Raad, en voor Horst Sinco door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Horst Sinco begroot op € 399,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 14 januari 2005.