Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AR6177

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21-01-2005
Datum publicatie
21-01-2005
Zaaknummer
C03/293HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AR6177
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

21 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/293HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n [Verweerster], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. H.A. Groen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2005-01-21
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 479e, geldigheid: 2005-01-21
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 34
JWB 2005/14

Uitspraak

21 januari 2005

Eerste Kamer

Nr. C03/293HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[Verweerster],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. H.A. Groen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - heeft bij exploot van 14 februari 2003 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - in kort geding gedagvaard voor de voorzieningenrechter in de rechtbank te Haarlem (sector kanton). Na vermeerdering en vermindering van eis heeft [verweerster] gevorderd, kort gezegd:

1. te bepalen dat [eiseres] gehouden is tot betaling of afgifte van een bedrag van € 16.058,39 aan door [betrokkene 1] verschuldigde achterstallige alimentatie tot 1 februari 2003, vermeerderd met rente en kosten, en tot betaling of afgifte van een bedrag van € 2.357,34 per maand aan verschuldigde alimentatie vanaf maart 2003;

2. te bepalen dat de loonwaarde van de werkzaamheden van [betrokkene 1] € 20.000,-- bedraagt;

3. te bepalen dat [eiseres] de werkelijk door [verweerster] gemaakte proceskosten dient te vergoeden.

[Eiseres] heeft de vordering bestreden.

De kantonrechter heeft bij vonnis van 26 maart 2003 wijze van voorlopige voorziening de vordering onder 1 toegewezen tot en met maart 2003, vermeerderd met rente en kosten, en hetgeen meer of anders was gevorderd afgewezen. Ten aanzien van de proceskosten heeft de kantonrechter bepaald dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [verweerster] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij arrest van 24 juli 2003 heeft het hof het vonnis waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, bepaald dat [eiseres] gehouden is tot betaling of afgifte van een bedrag van € 2.005,94 per maand vanaf de datum van beslaglegging, zulks op de voet van hetgeen is bepaald in art. 479e Rv., [eiseres] veroordeeld in de kosten van het geding in eerste aanleg en van het principaal appel en het over en weer meer of anders gevorderde afgewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de rechtbank heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 316,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, E.J. Numann en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 21 januari 2005.