Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AR6171

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21-01-2005
Datum publicatie
21-01-2005
Zaaknummer
C03/272HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AR6171
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

21 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/272HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: D&R HOLDING B.V., gevestigd te Oosterbeek, gemeente Renkum, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans, t e g e n de vennootschap naar Duits recht UTIMACO SAFEWARE A.G., gevestigd te Oberursul, Duitsland, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2005-01-21
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 32
JWB 2005/22

Uitspraak

21 januari 2005

Eerste Kamer

Nr. C03/272HR

RM/JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

D&R HOLDING B.V.,

gevestigd te Oosterbeek, gemeente Renkum,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans,

t e g e n

de vennootschap naar Duits recht UTIMACO SAFEWARE A.G.,

gevestigd te Oberursul, Duitsland,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: D&R - heeft bij exploot van 9 maart 1999 verweerster in cassatie - verder te noemen: Utimaco - gedagvaard voor de rechtbank te Arnhem. Na wijziging van eis heeft D&R gevorderd, kort gezegd, Utimaco te veroordelen tot betaling van primair ƒ 845.832,--, subsidiair ƒ 762.832,--, meer subsidiair ƒ 502.000,--, meer meer subsidiair ƒ 419.000,--, meest subsidiair een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, telkens te vermeerderen met de contractuele dan wel wettelijke rente.

Utimaco heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 7 september 2000 D&R opgedragen te bewijzen dat zij tijdens de onderhandelingen voorafgaand aan het passeren van de akte van aandelenoverdracht een voorbehoud heeft gemaakt dat inhoudt dat de overeengekomen koopprijs van de aandelen als gevolg van de PTT-vordering nog zou kunnen worden aangepast. Na enquête en contra-enquête heeft de rechtbank bij eindvonnis van 6 december 2001 de vordering afgewezen.

Tegen het tussenvonnis van 7 september 2000 en het eindvonnis van 6 december 2001 heeft D&R hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Utimaco heeft voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij arrest van 17 juni 2003 heeft het hof de bestreden vonnissen van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft D&R beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de niet verschenen Utimaco is verstek verleend.

De zaak is voor D&R toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van D&R heeft bij brief van 18 november 2004 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt D&R in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Utimaco begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, W.A.M. van Schendel en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 21 januari 2005.