Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AR5388

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-01-2005
Datum publicatie
14-01-2005
Zaaknummer
R04/050HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AR5388
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

14 januari 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/050HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. A.K. Oostlander-Vos, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: R.F. Thunnissen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2005-01-14
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 13
JWB 2005/11

Uitspraak

14 januari 2005

Eerste Kamer

Rek.nr. R04/050HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. A.K. Oostlander-Vos,

t e g e n

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: R.F. Thunnissen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 5 september 1995 ter griffie van de rechtbank te Leeuwarden ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die rechtbank en verzocht:

1. echtscheiding tussen haar en verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - uit te spreken;

2. de man te veroordelen om met de vrouw over te gaan tot verdeling van de gemeenschap waarin partijen zijn gehuwd, met benoeming van een notaris en een onzijdig persoon als naar de wet;

3. te bepalen dat de man aan de vrouw ten behoeve van haar levensonderhoud zal betalen een bedrag van ƒ 15.000,-- per maand, met veroordeling van de man in de kosten op de tenuitvoerlegging gevallen voor het geval hij aan deze veroordeling niet vrijwillig voldoet.

De man heeft het alimentatieverzoek van de vrouw bestreden.

De rechtbank heeft bij beschikking van 1 mei 1996 de echtscheiding tussen partijen uitgesproken, de echtgenoten gelast de tussen hen bestaande huwelijksgemeenschap voor zover aanwezig te verdelen, een notaris en een onzijdig persoon benoemd, en de zaak wat de vaststelling van een bijdrage ten behoeve van het levensonderhoud van de vrouw naar de terechtzitting verwezen. Bij tussenbeschikking van 3 februari 1999 heeft de rechtbank partijen opgedragen stukken in het geding te brengen, bij tussenbeschikking van 31 maart 1999 heeft de rechtbank de zaak naar de terechtzitting van de meervoudige familiekamer verwezen en bij tussenbeschikkingen van 19 mei 1999 en 11 augustus 1999 heeft zij door (een) deskundige(n) te beantwoorden vragen geformuleerd en een registeraccountant als deskundige benoemd.

Nadat deze deskundige aan de rechtbank had gerapporteerd dat de man hem onvoldoende gegevens had verstrekt om hem in staat te stellen alle vragen van de rechtbank te beantwoorden, heeft de rechtbank bij beschikking van 18 april 2001 de man veroordeeld aan de vrouw tot haar levensonderhoud uit te keren een bedrag van ƒ 15.000,-- per maand.

Tegen laatstvermelde beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden. De vrouw heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij tussenbeschikking van 10 april 2002 heeft het hof een (aanvullend) deskundigenonderzoek bevolen en een aantal vragen geformuleerd met verzoek aan de door de rechtbank reeds benoemde deskundige het bevolen (nader) onderzoek te verrichten. Na deskundigenbericht heeft het hof bij tussenbeschikkingen van 19 maart 2003 en 10 september 2003 de vrouw verzocht nadere informatie te verschaffen en bescheiden in het geding te brengen en bij eindbeschikking van 14 januari 2004 de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.

De vier vermelde beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de vier hiervoor vermelde beschikkingen van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft verzocht de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn beroep tegen de beschikkingen van het hof van 10 april 2002 en 10 september 2003 en het beroep tegen de beschikkingen van 19 maart 2003 en 14 januari 2004 ongegrond te verklaren en derhalve alle beschikkingen van het hof in stand te laten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, H.A.M. Aaftink, P.C. Kop, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 14 januari 2005.