Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AR5382

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-01-2005
Datum publicatie
28-01-2005
Zaaknummer
C03/298HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AR5382
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

28 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/298HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. E. Meijer, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. C.P.J.M. van Ruijven. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 58
JWB 2005/37

Uitspraak

28 januari 2005

Eerste Kamer

Nr. C03/298HR

JMH/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. E. Meijer,

t e g e n

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. C.P.J.M. van Ruijven.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - heeft bij exploot van 19 oktober 1999 verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - gedagvaard voor de rechtbank te Zutphen en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voorzover de wet zulks toelaat, de man te veroordelen om aan de vrouw tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van ƒ 215.939,87 uit achterstallige betalingen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 september 1999.

De man heeft de vordering bestreden en zijnerzijds in reconventie gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voorzover de wet zulks toelaat, de vrouw te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de man te betalen een bedrag van ƒ 230.135,54, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 3 februari 2000.

De vrouw heeft de vordering in reconventie bestreden.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 2 maart 2000 een comparitie van partijen gelast en bij eindvonnis van 26 juli 2001 in conventie en in reconventie de vrouw veroordeeld om aan de man te betalen een bedrag van ƒ 176.935,53 (€ 80.289,84), met de wettelijke rente over voormeld bedrag vanaf 3 februari 2000 tot de dag der voldoening, de proceskosten gecompenseerd, en het meer of anders verzochte afgewezen.

Tegen dit eindvonnis heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Daarbij heeft zij haar eis gewijzigd en verminderd tot een bedrag van ƒ 95.826,37 met de wettelijke rente daarover vanaf 3 september 1999. De man heeft incidenteel hoger beroep ingesteld en daarbij zijn eis vermeerderd tot een bedrag van ƒ 244.241,88 (€ 110.832,13) met de wettelijke rente daarover vanaf 3 februari 2000.

Bij arrest van 15 juli 2003 heeft het hof in het principaal en in het incidenteel appel het vonnis van de rechtbank van 26 juli 2001 vernietigd, voorzover betrekking hebbend op het door de vrouw aan de man te betalen bedrag, en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de vrouw veroordeeld om aan de man te betalen een bedrag van € 84.829,46, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 februari 2000 tot aan de dag der voldoening, het vonnis voor het overige bekrachtigd, de proceskosten van het hoger beroep gecompenseerd, dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het anders of meer gevorderde afgewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De man heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 28 januari 2005.