Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AR4462

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21-01-2005
Datum publicatie
21-01-2005
Zaaknummer
C03/198HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AR4462
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

21 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/198HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: de vennootschap naar het recht van Kameroen CAMEROON SHIPPING LINES S.A., gevestigd te Douala, Kameroen, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. G. Snijders, t e g e n SEATRADE GRONINGEN B.V., gevestigd te Groningen, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2005-01-21
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 27
S&S 2005, 97
JWB 2005/19

Uitspraak

21 januari 2005

Eerste Kamer

Nr. C03/198HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

de vennootschap naar het recht van Kameroen CAMEROON SHIPPING LINES S.A.,

gevestigd te Douala, Kameroen,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. G. Snijders,

t e g e n

SEATRADE GRONINGEN B.V.,

gevestigd te Groningen,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. R.S. Meijer.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: Camship - heeft bij exploot van 17 juni 1999 verweerster in cassatie - verder te noemen: Seatrade Groningen - gedagvaard voor de rechtbank te Groningen en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Seatrade Groningen te veroordelen om aan Camship te betalen een bedrag van FF 4.819.390,75 en US $ 1.610.895,02, te vermeerderen met 7,5% rente te rekenen vanaf 14 april 1999 over de hoofdsommen van respectievelijk FF 3.381.245,64 en US $ 1.417.570,50, zulks met veroordeling van Seatrade Groningen in de kosten van het geding, die van het ten processe bedoelde beslag daaronder begrepen.

Seatrade Groningen heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 7 september 2001 Camship niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering voor zover betreft de periode vanaf 1 januari 1993 en de vordering voor het overige afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft Camship hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.

Bij arrest van 9 april 2003 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft Camship beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Seatrade Groningen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Seatrade Groningen mede door mr. F.E. Vermeulen, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Camship in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Seatrade Groningen begroot op € 4.895,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, H.A.M. Aaftink, D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 21 januari 2005.