Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2004:AR6517

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-12-2004
Datum publicatie
17-12-2004
Zaaknummer
C03/236HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2004:AR6517
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2003:AF9344
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

17 december 2004 Eerste Kamer Nr. C03/236HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], België, EISER tot cassatie, advocaat: mr. R.T.R.F. Carli, t e g e n DEFAM FINANCIERINGEN B.V., gevestigd te Bunnik, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. D. Stoutjesdijk. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2004, 680
JWB 2004/465
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 december 2004

Eerste Kamer

Nr. C03/236HR

JMH/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats], België,

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,

t e g e n

DEFAM FINANCIERINGEN B.V.,

gevestigd te Bunnik,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. D. Stoutjesdijk.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: Defam - heeft bij exploot van 22 september 1998 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te Breda en gevorderd [eiser] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om aan Defam te betalen een bedrag van ƒ 317.377,22, te vermeerderen met de wettelijke rente over ƒ 280.685,50 vanaf 17 april 1997 en over ƒ 36.591,72 vanaf 30 januari 1998.

[eiser] heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 5 oktober 1999 [eiser] tot bewijslevering toegelaten. Na gehouden getuigenverhoor heeft de rechtbank de zaak bij vonnis van 6 februari 2001 naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van Defam. Bij eindvonnis van 12 juni 2001 heeft de rechtbank [eiser] veroordeeld tot betaling aan Defam van een bedrag van ƒ 280.685,50, vermeerderd met de wettelijke rente over ƒ 112.177,84 vanaf 17 mei 1997 en over ƒ 168.507,66 vanaf 17 juni 1997, alsmede tot betaling aan Defam van een bedrag van ƒ 5.400,-- aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 30 januari 1998.

Tegen deze drie vonnissen heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij arrest van 24 maart 2003 heeft het hof de vonnissen waarvan beroep, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Defam heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Defam mede door mr. M.B.C. Kloppenburg, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Defam begroot op € 3.381,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, E.J. Numann en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 17 december 2004.