Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2004:AR5978

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-11-2004
Datum publicatie
19-11-2004
Zaaknummer
39283
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Schending wederhoor.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 3:41
Algemene wet bestuursrecht 6:8
Algemene wet bestuursrecht 6:11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2006/633
BNB 2005/65
FED 2004/663
WFR 2004/1807
V-N 2004/62.6 met annotatie van Redactie
FutD 2004-2106
JB 2005/3 met annotatie van R.M.P.G.N.-C.
NTFR 2004/1731 met annotatie van mr. dr. G. Groenewegen
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 39.283

19 november 2004

RS

gewezen op het beroep in cassatie van Besloten Vennootschap X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 4 februari 2003, nr. 01/02689, betreffende leges.

1. Geding voor het Hof

1.1. Belanghebbende is bij het Hof in beroep gekomen tegen "de beschikking van het College van Burgemeester en Wethouders van Deventer van 26 september 2001", waarbij "wordt besloten naar aanleiding van een bezwaar", welk bezwaar zich "richtte tegen een "verminderingsbesluit" medegedeeld in de beschikking van 13 maart 2001".

1.2. Onder het hoofd "Kennisgeving, bezwaar en geding voor het Hof" heeft het Hof het navolgende vermeld:

(i) aan belanghebbende is wegens het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een bouwvergunning een kennisgeving leges opgelegd van f 128.989,20.

(ii) wegens weigering van de aangevraagde vergunning is het gevorderde bedrag met 50 percent verminderd tot f 64.494,60.

(iii) belanghebbende heeft tegen het verminderingsbesluit bezwaar gemaakt.

(iv) burgemeester en wethouders van Deventer hebben het na vermindering gevorderde bedrag bij de bestreden uitspraak gehandhaafd.

(v) belanghebbende is van deze uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

1.3. Het Hof heeft de bestreden uitspraak vernietigd en belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer heeft een conclusie van dupliek ingediend.

3. Beoordeling van 's Hofs uitspraak naar aanleiding van de klachten en ambtshalve

3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

3.1.1. Het bezwaarschrift is gedagtekend 21 maart 2001.

3.1.2. Bij zijn uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar het verminderingsbesluit gehandhaafd.

3.1.3. In zijn verweerschrift voor het Hof heeft de heffingsambtenaar geconcludeerd tot bevestiging van zijn uitspraak op bezwaar.

3.1.4. Bij de mondelinge behandeling voor het Hof is de heffingsambtenaar verschenen, belanghebbende niet.

3.1.5. Ter zitting heeft de heffingsambtenaar - op een vraag van het Hof - verklaard geen andere uitdraai van het verminderingsbesluit te hebben dan die in het dossier aanwezig is.

3.1.6. In het dossier is aanwezig een stuk dat aan het slot van het verweerschrift voor het Hof wordt aangeduid als "bijlage b. Duplicaat verminderingsbesluit Leges". Dat stuk is een uitdraai uit een "debiteurenadministratie", waarop onder meer staat vermeld: "verrekend bedrag: 64.494,60", "verrekeningsdatum: 12-01-2001", en "omschrijving: VERMINDERINGSBESLUIT OP FN 917772".

3.1.7. Vervolgens heeft de heffingsambtenaar ter zitting - nog steeds op vragen van het Hof - verklaard dat het verminderingsbesluit is gedagtekend 12 januari 2001, en op 18 januari 2001 is verzonden.

3.1.8. Ten slotte heeft de heffingsambtenaar ter zitting - met bijstelling van zijn aanvankelijke conclusie - primair geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar en niet-ontvankelijkheid van belanghebbende in het bezwaar.

3.2. Het Hof heeft dienovereenkomstig beslist.

3.3. Uit de hiervoor in 3.1 weergegeven feiten blijkt dat het Hof de kwestie van de ontvankelijkheid van het bezwaar ambtshalve heeft aangesneden, op een zitting waar belanghebbende niet was verschenen. Aangezien die kwestie mede de feitelijke vraag opriep of het verminderingsbesluit op de voorgeschreven wijze was bekendgemaakt op een zodanig tijdstip dat moest worden geconcludeerd dat het bezwaarschrift te laat is ingediend, en belanghebbende vóór de zitting geen aanleiding, en ter zitting geen gelegenheid had zich over die vraag uit te laten, stond het aan het Hof niet vrij om - zoals het kennelijk heeft gedaan - die vraag bevestigend te beantwoorden zonder aan belanghebbende gelegenheid te hebben geboden zich erover uit te laten. Hetzelfde geldt ten aanzien van de vóór de zitting niet in het partijdebat betrokken vraag of de (eventuele) termijnoverschrijding verschoonbaar was.

3.4. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen. De klachten behoeven verder geen behandeling.

4. Proceskosten

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep gegrond,

vernietigt de uitspraak van het Hof, behoudens de beslissingen omtrent het griffierecht en de proceskosten,

verwijst het geding naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest,

gelast dat de gemeente Deventer aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van € 348, en

veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 1288 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en wijst de gemeente Deventer aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.G. Pos als voorzitter, en de raadsheren L. Monné, P.J. van Amersfoort, A.R. Leemreis en C.J.J. van Maanen, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2004.

Het ten onrechte niet verrekende griffierecht dat is betaald voor de vervanging van de mondelinge uitspraak van het Hof, ten bedrage van € 142,50, wordt door de Griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.