Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2004:AR4394

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-10-2004
Datum publicatie
22-10-2004
Zaaknummer
C03/297HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2004:AR4394
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

22 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/297HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n 1. [Verweerder 1], wonende te [woonplaats], 2. [Verweerster 2], gevestigd te [vestigingsplaats], beiden handelende onder de naam [A] Makelaardij en Assurantiën, VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. G.C. Makkink. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2004, 537
JWB 2004/363
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 oktober 2004

Eerste Kamer

Nr. C03/297HR

JMH/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

1. [Verweerder 1],

wonende te [woonplaats],

2. [Verweerster 2],

gevestigd te [vestigingsplaats],

beiden handelende onder de naam [A] Makelaardij en Assurantiën,

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: mr. G.C. Makkink.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 31 mei 2000 verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder 1] en de vennootschap - met versneld regime gedagvaard voor de rechtbank te Almelo en gevorderd bij vonnis, voorzoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. te verklaren voor recht dat [verweerder 1] en de vennootschap aansprakelijk zijn uit hoofde van wanprestatie en/of onrechtmatige daad, en

2. [verweerder 1] en de vennootschap te veroordelen tot vergoeding van de schade als gevolg van dat onrechtmatig handelen c.q. die wanprestatie door [eiser] geleden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met veroordeling van hen tot vergoeding van de wettelijke rente over die schade, te rekenen vanaf 4 april 1996.

[Verweerder 1] en de vennootschap hebben de vorderingen bestreden.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 8 november 2000 partijen alsnog in de gelegenheid gesteld te re- en dupliceren en de zaak daartoe naar de rol verwezen. Bij eindvonnis van 30 mei 2001 heeft de rechtbank het gevorderde afgewezen.

Tegen dit eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. [Verweerder 1] en de vennootschap hebben ten aanzien van de proceskosten-veroordeling (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij arrest van 8 juli 2003 heeft het hof in het principaal en in het (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder 1] en de vennootschap hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 18 juni 2004 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder 1] en de vennootschap begroot op € 316,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, E.J. Numann en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 22 oktober 2004.