Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2004:AR4002

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-10-2004
Datum publicatie
15-10-2004
Zaaknummer
40085
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2003:AF9797
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Werkruimte mag niet ten laste van de winst gebracht worden (art. 8b(1)(a)(1) Wet IB’64; bijtelling economische huurwaarde (art.42a(1,2) Wet IB’64.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BNB 2005/53 met annotatie van E.J.W. Heithuis
FED 2004/587
WFR 2004/1588
V-N 2005/5.11 met annotatie van Redactie
FutD 2004-1896
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 40.085

15 oktober 2004

whk

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 25 juni 2003, nr. P02/04402, betreffende na te melden aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof

Aan belanghebbende is voor het jaar 1999 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van ƒ 102.960.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

3. Beoordeling van het middel

Het Hof heeft op goede gronden een juiste beslissing gegeven. Het middel kan derhalve niet tot cassatie leiden.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens en J.W. van den Berge, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2004.