Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2004:AR3164

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-11-2004
Datum publicatie
26-11-2004
Zaaknummer
C03/277HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2004:AR3164
In cassatie op : ECLI:NL:GHARN:2003:AH8810
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

26 november 2004 Eerste Kamer Nr. C03/277HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiseres 1], 2. [Eiser 2], gevestigd respectievelijk wonende te [plaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n ZWOLSCHE ALGEMEENE SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd te Nieuwegein, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. M.V. Polak. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2004, 632
JWB 2004/411
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

26 november 2004

Eerste Kamer

Nr. C03/277HR

RM/JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiseres 1],

2. [Eiser 2],

gevestigd respectievelijk wonende te [plaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. R.S. Meijer,

t e g e n

ZWOLSCHE ALGEMEENE SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Nieuwegein,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. M.V. Polak.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: Zwolsche Algemeene - heeft bij exploot van 2 maart 2001 eisers tot cassatie - verder gezamenlijk te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te Arnhem en gevorderd te verklaren voor recht dat [eiser] aansprakelijk is voor het ontstaan van het in de inleidende dagvaarding omschreven ongeval, alsmede te verklaren voor recht dat [eiser] aansprakelijk is voor alle ziektekosten die Zwolsche Algemeene, op grond van de verzekeringsovereenkomst met [betrokkene 1] (verder te noemen: [betrokkene 1]), vergoed heeft en nog zal dienen te vergoeden, vermeerderd met rente over het uiteindelijk vast te stellen schadebedrag ingaande per datum respectieve betaling tot aan de dag der algehele voldoening, een en ander op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

[Eiser] heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 8 november 2001 voor recht verklaard dat [eiser] voor de helft aansprakelijk is voor alle ziektekosten verband houdende met het ongeval van 3 juni 1996 die Zwolsche Algemeene op grond van haar verzekeringsovereenkomst met [betrokkene 1] vergoed heeft en nog zal dienen te vergoeden, vermeerderd met de rente over het uiteindelijk vast te stellen schadebedrag ingaande per datum respectieve betaling tot aan de dag der algehele voldoening, een en ander nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. Het meer of anders gevorderde heeft de rechtbank afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.

Bij arrest van 17 juni 2003 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Zwolsche Algemeene heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eiser] mede door mr. M.E.M.G. Peletier, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Zwolsche Algemeene begroot op € 316,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, A.M.J. van Buchem-Spapens, P.C. Kop en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 26 november 2004.