Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2004:AR0232

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-11-2004
Datum publicatie
12-11-2004
Zaaknummer
C03/183HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2004:AR0232
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

12 november 2004 Eerste Kamer Nr. C03/183HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR VOOR HET BEHEER VAN DE AANDELEN CAG, gevestigd te Hurwenen, gemeente Maasdriel, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n 1. [Verweerder 1], 2. [Verweerster 2], beiden wonende te [woonplaats], Schotland, VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2004, 589
JWB 2004/392
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 november 2004

Eerste Kamer

Nr. C03/183HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

DE STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR VOOR HET BEHEER VAN DE AANDELEN CAG,

gevestigd te Hurwenen, gemeente Maasdriel,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

1. [Verweerder 1],

2. [Verweerster 2],

beiden wonende te [woonplaats], Schotland,

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: mr. R.S. Meijer.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: CAG - heeft bij exploot van 31 juli 1996 verweerders in cassatie - verder afzonderlijk te noemen: [verweerder 1] en [verweerster 2], dan wel gezamenlijk: [verweerder] c.s. - gedagvaard voor de rechtbank te Arnhem en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor zover de wet zulks toelaat, [verweerder] c.s. hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen om aan CAG te betalen een bedrag van ƒ 200.000,--, later vermeerderd met een bedrag van ƒ 1.520.000,-- in hoofdsom, te vermeerderen met de BTW, boetes en de wettelijke rente met veroordeling van [verweerder] c.s. in de kosten van het geding, waaronder begrepen de kosten van een ten laste van [verweerder] c.s. gelegd conservatoir beslag.

[Verweerder] c.s. hebben de vordering bestreden en hunnerzijds in reconventie gevorderd voormeld beslag op te heffen met veroordeling van CAG om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan hen te betalen een bedrag van ƒ 1.500,-- ter zake van processuele bijstand.

CAG heeft de vordering in reconventie bestreden.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 26 maart 1998 in conventie en in reconventie CAG tot bewijslevering toegelaten. Na enquête en contra-enquête heeft de rechtbank bij tussenvonnis van 23 december 1999 in conventie het getuigenverhoor aan de zijde van CAG heropend en bij eindvonnis van 26 oktober 2000 zowel in conventie als in reconventie de vorderingen afgewezen.

Tegen de vonnissen van 23 december 1999 en 26 oktober 2000 heeft CAG hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Bij memorie van grieven heeft CAG haar eis gewijzigd en vermeerderd en primair gevorderd [verweerder] c.s. te veroordelen tot betaling aan haar van (a) ƒ 200.000,-- met de wettelijke rente en (b) ƒ 1.520.000,-- met de wettelijke rente, en subsidiair ƒ 500.000,-- bij wege van voorschot op de door hen te betalen schadevergoeding c.q. het positieve contractsbelang, althans een zodanig bedrag als het hof in goede justitie vaststelt.

Bij arrest van 23 april 2002 heeft het hof, rechtdoende in hoger beroep:

- CAG niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep tegen het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank te Arnhem van 23 december 1999;

- het vonnis van 28 oktober 2000 bekrachtigd, voor zover in conventie gewezen tussen CAG en [verweerster 2] met dien verstande dat de proceskosten in conventie, waarin CAG werd veroordeeld, aan de zijde van [verweerster 2] tot aan die uitspraak werden bepaald op € 1.580,29 voor griffierecht en op € 2.121,42 voor salaris procureur;

- laatstgenoemd vonnis vernietigd, voor zover in conventie gewezen tussen CAG en [verweerder 1], voor zover daarin was afgewezen de vordering tot veroordeling van [verweerder 1] om aan CAG ƒ 200.000,-- te betalen en voor zover CAG daarin is veroordeeld in de kosten van het geding, en in zoverre opnieuw rechtdoende:

- [verweerder 1] veroordeeld om aan CAG tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 18.151,21, te vermeerderen met een boeterente over dat bedrag gelijk aan de wettelijke rente vermeerderd met 15% ingaande 25 oktober 1994 tot en met 24 oktober 1995, en vermeerderd met de wettelijke rente over het bedrag van € 18.151,21, ingaande 25 oktober 1995 tot aan de dag der voldoening;

- de proceskosten van het geding in eerste aanleg in conventie aldus gecompenseerd, dat CAG en [verweerder 1] ieder de eigen kosten dragen;

- het meer of anders gevorderde afgewezen;

dat vonnis in reconventie vernietigd voor zover daarin de proceskosten tussen partijen zijn gecompenseerd en in zoverre opnieuw rechtdoende:

- [verweerder] c.s. veroordeeld in de kosten van het geding in eerste aanleg in reconventie tot aan de dag van de uitspraak van het voormelde vonnis aan de zijde van CAG bepaald op € 780,50 wegens salaris procureur;

- de kosten van het hoger beroep in die zin gecompenseerd dat iedere partij de eigen kosten draagt, en

dit arrest uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft CAG beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaaat van CAG heeft bij brief van 17 september 2004 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt CAG in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 996,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, E.J. Numann en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 12 november 2004.