Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2004:AQ8933

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-10-2004
Datum publicatie
27-10-2004
Zaaknummer
00684/04 B
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2004:AQ8933
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Tegen beschikkingen ex art. 32 Sv (die niet zijn gegeven op vordering van het OM, maar op een bezwaarschrift van de verdachte) staat ingevolge art. 446 Sv voor het OM geen cassatieberoep open.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 32
Wetboek van Strafvordering 446
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2004, 547
NJ 2005, 120 met annotatie van T.M. Schalken
NBSTRAF 2004/387
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 oktober 2004

Strafkamer

nr. 00684/04 B

IV/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Breda van 30 januari 2004, nummer RK: 03/1323, op een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 32 Sv in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden beschikking

De Rechtbank heeft het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard voorzover gericht tegen andere stukken dan die waarvan bij brief van 17 november 2003 inzage dan wel toevoeging als processtuk in het dossier is verzocht, één en ander zoals in de beschikking vermeld. De Rechtbank heeft het bezwaarschrift gegrond verklaard, voorzover het ertoe strekt dat de verdachte inzage dient te krijgen in het aanmeldingsformulier fiscale delicten en de verslagen van het selectie- en tripartiete overleg. De Rechtbank heeft het bezwaarschrift ongegrond verklaard, voorzover het ertoe strekt dat stukken door de Officier van Justitie aan het strafdossier dienen te worden toegevoegd.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de Officier van Justitie. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de Officier van Justitie in zijn cassatieberoep.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

3.1. Ingevolge het bepaalde in art. 446 Sv staat - voorzover bijzondere bepalingen niet anders regelen - voor het Openbaar Ministerie beroep in cassatie tegen beschikkingen slechts open voorzover daarbij een krachtens gemeld wetboek genomen vordering niet is toegewezen.

3.2. Geen bijzondere bepaling als evenbedoeld stelt cassatieberoep open tegen beschikkingen als bedoeld in art. 32 Sv. Dit brengt voor het onderhavige geval mee dat de Officier van Justitie niet kan worden ontvangen in het beroep tegen de bestreden beschikking van 30 januari 2004, die immers niet is gegeven op een vordering van het Openbaar Ministerie, maar op een bezwaarschrift van de verdachte.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de Officier van Justitie niet-ontvankelijk in het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de waarnemend-griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 oktober 2004.