Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2004:AQ1086

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-10-2004
Datum publicatie
26-10-2004
Zaaknummer
00208/04
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2004:AQ1086
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Ceteco-affaire. Afwijzing door hof van vordering wijziging tenlastelegging (strekkende tot toevoeging van op verduistering toegesneden variant) is zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat de gevorderde wijziging wat betreft tijd en plaats van de verweten gedragingen, de perso(o)n(en) met wie de gedragingen zouden zijn verricht en de benadeeld(en) niet afwijkt van de oorspronkelijke op oplichting toegesneden tenlastelegging, terwijl de strekking van de delictsomschrijvingen van oplichting en verduistering niet wezenlijk uiteenloopt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2004, 546
NJ 2004, 688
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

26 oktober 2004

Strafkamer

nr. 00208/04

SCR/IV

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op de beroepen in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 7 mei 2003, nummer 22/001950-02, in de strafzaak tegen:

[verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 12 april 2002 - de verdachte vrijgesproken van het haar bij inleidende dagvaarding onder 2 primair en subsidiair en 3 tenlastegelegde en haar voorts ter zake van "medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een geldboete van € 25.000,-- voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

2. Geding in cassatie

2.1. De beroepen zijn ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof en de verdachte.

De Advocaat-Generaal bij het Hof heeft bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De raadsvrouwe van de verdachte, mr. A.E.M. Röttgering, advocaat te Amsterdam, heeft het cassatieberoep tegengesproken.

Namens de verdachte heeft mr. A.E.M. Röttgering, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2. De plaatsvervangend Procureur-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden tussenbeslissing en de bestreden einduitspraak, maar de laatste uitsluitend wat betreft de beslissing ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde, zal vernietigen en de zaak naar een aangrenzend gerechtshof zal verwijzen teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en het beroep van de verdachte zal verwerpen.

3. Beoordeling van het tweede door de Advocaat-Generaal voorgestelde middel

3.1. Het middel klaagt dat het Hof bij zijn tussenbeslissing van 5 maart 2003 de door de Advocaat-Generaal bij het Hof gevorderde wijziging van de tenlastelegging, voorzover deze wijziging betreft de toevoeging van een onder 2 meer subsidiair ten laste te leggen feit, ten onrechte althans ontoereikend gemotiveerd heeft afgewezen en dientengevolge in de bestreden einduitspraak wat betreft het onder 2 tenlastegelegde niet heeft beslist op de grondslag van de tenlastelegging

3.2. Aan de verdachte is bij inleidende dagvaarding, onder 2 tenlastegelegd dat:

"zij,

op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 1998 tot en met 1 september 1999,

in de gemeente(n) Den Haag en/of Andijk en/of Gouda en/of Wervershoof, althans (telkens) in Nederland,

(telkens),

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met oogmerk om zich en/of een of meer anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels de provincie Zuid-Holland, althans een of meer namens de provincie Zuid-Holland tot uitbetaling aan derden bevoegde personen, heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldsbedragen (tot een totaalbedrag van --ongeveer-- f. 1.350.000,--, althans een (aanzienlijk) bedrag aan geld, in ieder geval tot enig geldsbedrag) aan haar, verdachte, en/of een of meer van haar mededader(s);

die als valse hoedanigheid en/of die listige kunstgrepen en/of dat samenweefsel van verdichtsels --zakelijk weergegeven en in onderling verband en samenhang-- bestonden uit:

-- (haar, verdachte's, mededader) [medeverdachte 1] was binnen de ambtelijke organisatie van de provincie Zuid-Holland (onder meer) belast met de zogeheten "treasury"-portefeuille van die provincie, binnen welke taakopdracht hij tot taak had en/of diende te bevorderen, in ieder geval bevorderde, dat de provincie Zuid-Holland leenovereenkomst(en) en/of andersoortige financiële constructie(s) aanging met een of meer derden;

-- (haar, verdachte's, mededader) [medeverdachte 1] verrichtte in de hierboven genoemde periode ingevolge de binnen de ambtelijke organisatie van de provincie Zuid-Holland toen geldende regels die "treasury"-werkzaamheden op autonome wijze, althans met een grote mate van autonomie, in ieder geval verrichtte die [medeverdachte 1] die "treasury"-werkzaamheden toen binnen de ambtelijke organisatie van de provincie Zuid-Holland met een door de (ambtelijke en/of bestuurlijke) organisatie van de provincie Zuid-Holland toegelaten (zeer) grote mate van autonomie;

-- (haar verdachte's mededader) [medeverdachte 1] werd met betrekking tot die werkzaamheden (waartoe onder meer behoorden het voorbereiden en/of uitvoeren van door de provincie Zuid-Holland gesloten leenovereenkomst(en) en/of aangegane financiële constructie(s) met een of meer derden) naar zij, verdachte, en/of een of meer van haar mededader(s) wist(en) en/of moet(en) hebben geweten en/of redelijkerwijze kon(den) weten niet dan wel slechts in beperkte mate gecontroleerd door (een) ander(en) --dan die [medeverdachte 1]-- binnen het bestuurlijk en ambtelijk apparaat van de provincie Zuid-Holland;

-- zij, verdachte, en/of (haar mededader) [medeverdachte 2] (die toen (mede)vennoot van haar, verdachte, was) en/of een of meer anderen van haar mededader(s) presenteerde(n) zich toen in het maatschappelijk verkeer en naar de provincie Zuid-Holland toe als geld- of kapitaalmakelaar(s) en/of geld- of kapitaalbemiddelaar(s);

-- zij, verdachte, en/of (haar mededader) [medeverdachte 2] (die toen (mede)vennoot van haar, verdachte, was) en/of een of meer anderen van haar mededader(s) stelden(n) ten behoeve van haar, verdachte, en/of (haar mededader) [medeverdachte 2] en/of een of meer anderen van haar mededader(s) (telkens) een of meer (declaratie)formulier(en)/(-)nota('s) op waarin ten laste van de provincie Zuid-Holland een of meer geldsbedragen werd(en) gedeclareerd en/of in rekening gebracht en zond(en) die declaratie(s)/nota('s) op naar/ter attentie van (haar, verdachte's, mededader)/die [medeverdachte 1] (in diens hoedanigheid van provinciaal ambtenaar van de provincie Zuid-Holland) en/of de provincie Zuid-Holland;

het betrof de navolgende (declaratie)formulieren/

(-) nota('s):

1) Courtage-nota nota nr. : [001] dd 5 februari 1999 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.1. c), en/of

2) Courtage-nota nota nr. : [002] dd 24 maart 1999 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.2. c), en/of

3) Courtage-nota nota nr. : [003] dd 18 maart 1999 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.3. c), en/of

4) Courtage-nota nota nr. : [004] dd 4 december 1998 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.4. c), en/of

5) Courtage-nota nota nr. : [005] dd 26 april 1999 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.5. c), en/of

6) Courtage-nota nota nr. : [006] dd 11 juni 1999 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.6. c), en/of

7) Courtage-nota nota nr. : [007] dd 13 juli 1998 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.7. c), en/of

8) Courtage-nota nota nr. : [008] dd 11 augustus 1998 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.8. c), en/of

9) Courtage-nota nota nr. : [009] dd 17 september 1998 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.9. c), en/of

10) Courtage-nota nota nr. : [010] dd 9 oktober 1998 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.10. c), en/of

11) Courtage-nota nota nr. : [011] dd 3 november 1998 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.11. c), en/of

12) Courtage-nota nota nr. : [012] dd 6 november 1998 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.12. c), en/of

13) Courtage-nota nota nr. : [013] dd 16 oktober 1998 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.13. c), en/of

14) Courtage-nota nota nr. : [014] dd 22 oktober 1998 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.14. c), en/of

15) Courtage-nota nota nr. : [015] dd 17 november 1998 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.15. c),

(hierboven wordt met "dossier Rijksrecherche" telkens bedoeld het dossier "Rijksrecherche Den Haag Zaaknummer 19990268");

-- zij, verdachte, en/of (haar mededader) [medeverdachte 2] en/of een of meer anderen van haar mededader(s) vermeldde(n) (telkens) opzettelijk in strijd met de waarheid (en/of listiglijk en bedrieglijk) in die hierboven genoemde en aan genoemde [medeverdachte 1] en/of de provincie Zuid-Holland verzonden declaratie(s)/nota('s) dat het/de in/door middel van die declaratie(s)/nota('s) bij de provincie Zuid-Holland in rekening gebrachte bedrag(en) (telkens) betrekking had(den) op courtagekosten met betrekking tot/in verband met (een/de) die declaratie(s)/nota('s) met zoveel woorden aangegeven door de provincie Zuid-Holland gesloten leenovereenkomst(en) en/of financiële constructie(s) tussen die provincie Zuid-Holland enerzijds en een of meer derden anderzijds, zulks terwijl dat/die gedeclareerde en/of in rekening gebrachte bedrag(en) (telkens) in het geheel geen betrekking had(den) op door die haar, verdachte, en/of (haar mededader) [medeverdachte 2] en/of een of meer anderen van haar mededader(s) verrichte bemiddelingswerkzaamheid/-heden (althans courtage genererende werkzaamheid/-heden) met betrekking tot tussen de provincie Zuid-Holland en haar wederpartij(en) bij de/die in de/die declaratie(s)/ nota('s) genoemde leenovereenkomsten en/of financiële constructie(s);

-- deze manier van declareren en/of het op deze wijze opstellen van die declaratie(s)/nota('s) was (telkens) door de hierboven genoemde [medeverdachte 1] voorgesteld aan haar, verdachte, en/of (haar mededader) [medeverdachte 2] (die toen (mede)vennoot was van haar, verdachte) en/of een of meer (anderen) van haar mededader(s) en/of vond (telkens) plaats op basis van en/of na door die [medeverdachte 1] aan haar, verdachte, en/of (haar mededader) [medeverdachte 2] (die toen (mede)vennoot was van haar, verdachte) en/of een of meer (anderen) van haar mededader(s) verstrekte gegevens (met betrekking tot die leenovereenkomst(en) en/of die financiële constructie(s));

-- genoemde [medeverdachte 1] heeft (telkens) (listiglijk en bedrieglijk) een of meer van die declaratie(s)/ nota('s) -- na binnenkomst ervan bij de provincie Zuid-Holland -- (ter goedkeuring en/of ter uitbetaling door de provincie Zuid-Holland) van zijn (goedkeurende) handtekening en/of paraaf voorzien,

en/of

die [medeverdachte 1] heeft (telkens) (listiglijk en bedrieglijk) de/een of meer van de op die declaratie(s)/nota('s) betrekking hebbende (en voor de financiële administratie van de provincie Zuid-Holland voor uitbetaling aan derden noodzakelijk, in ieder geval van belang zijnde) boekings- en/of betalingsopdrachten (deels) opgesteld en/of ingevuld en/of van diens (goedkeurende) paraaf en/of handtekening voorzien, en/of ter uitbetaling door de provincie Zuid-Holland getekend en/of geparafeerd,

en/of

die [medeverdachte 1] heeft (daarbij) telkens, althans een- of meermalen, (listiglijk en bedrieglijk) (onbevoegdelijk) diens paraaf en/of handtekening geplaatst in de voor de paraaf en/of handtekening van de daartoe bevoegde budgetbeheerder bestemde kolom of plaats in die boekings- en/of betalingsopdracht(en),

en/of

die [medeverdachte 1] heeft (vervolgens) (listiglijk en bedrieglijk) die geparafeerde en/of getekende declaratie(s)/nota('s) en/of boekings- en/of betalingsopdrachten ter verdere (financiële) afwerking/bewerking en/of uitbetaling (door)gezonden naar een of meer van de daarvoor aangewezen ambtelijke instantie(s) en/of afdeling(en) en/of perso(o)n(en) binnen de provincie Zuid-Holland,

in ieder geval heeft (haar, verdachte's mededader)/die [medeverdachte 1] binnen het ambtelijk apparaat van de provincie Zuid-Holland (listiglijk en bedrieglijk) bevorderd en/of vanuit diens ambtelijke positie bewerkstelligd, althans weten te bewerkstelligen dat het/de op die declaratie(s)/nota('s) aangegeven bedrag(en) (met spoed) door de provincie Zuid-Holland werd(en) betaald aan haar, verdachte, en/of (haar mededader) [medeverdachte 2] (die toen (mede)vennoot van haar, verdachte, was) en/of een of meer (anderen) van haar mededader(s);

waardoor die provincie Zuid-Holland --telkens-- werd bewogen tot het betalen van een of meer geldsbedragen aan haar, verdachte, en/of (haar mededader) [medeverdachte 2] (die toen (mede)vennoot van haar, verdachte, was) en/of een of meer anderen van haar mededader(s);

art. 326 Wetboek van Strafrecht"

3.3. Ter terechtzitting van het Hof van 5 maart 2003 heeft de Advocaat-Generaal bij het Hof gevorderd dat de tenlastelegging, voorzover van belang voor de beoordeling van het middel, als volgt wordt gewijzigd:

"Na het onder 2 tenlastegelegde feit dient te worden toegevoegd:

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

Zij,

op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 1998 tot en met 1 september 1999,

in de gemeente(n) Den Haag en/of Andijk en/of Gouda en/of Wervershoof, althans (telkens) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een of meer van de hieronder vermelde vals(e) of vervalst(e) (declaratie)formulier(en)/(-)nota('s)

1) Courtage-nota nota nr. : [001] dd 5 februari 1999 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.1. c), en/of

2) Courtage-nota nota nr. : [002] dd 24 maart 1999 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.2. c), en/of

3) Courtage-nota nota nr. : [003] dd 18 maart 1999 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.3. c), en/of

4) Courtage-nota nota nr. : [016] dd 7 december 1998 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.4. d), en/of

5) Courtage-nota nota nr. : [005] dd 26 april 1999 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.5. c), en/of

6) Courtage-nota nota nr. : [006] dd 11 juni 1999 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.6. c), en/of

7) Courtage-nota nota nr. : [007] dd 13 juli 1998 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.7. c), en/of

8) Courtage-nota nota nr. : [008] dd 11 augustus 1998 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.8. c), en/of

9) Courtage-nota nota nr. : [009] dd 17 september 1998 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.9. c), en/of

10) Courtage-nota nota nr. : [010] dd 9 oktober 1998 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.10. c), en/of

11) Courtage-nota nota nr. : [011] dd 3 november 1998 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.11. c), en/of

12) Courtage-nota nota nr. : [012] dd 6 november 1998 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.12. c), en/of

13) Courtage-nota nota nr. : [013] dd 16 oktober 1998 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.13. c), en/of

14) Courtage-nota nota nr. : [014] dd 22 oktober 1998 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.14. c), en/of

15) Courtage-nota nota nr. : [015] dd 17 november 1998 (dossier Rijksrecherche 2.3.3.15. c),

(hierboven wordt met "dossier Rijksrecherche" telkens bedoeld het dossier "Rijksrecherche Den Haag Zaaknummer 19990268"),

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat (die) geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat:

- (haar, verdachte's mededader) [medeverdachte 1] was binnen de ambtelijke organisatie van de provincie Zuid-Holland (onder meer) belast met de zogeheten "treasury"-portefeuille van die provincie, binnen welke taakopdracht hij tot taak had en/of diende te bevorderen, in ieder geval bevorderde, dat de provincie Zuid-Holland leenovereenkomst(en) en/of andersoortige financiële constructie(s) aanging met een of meer derden;

- (haar, verdachte's mededader) [medeverdachte 1] verrichtte in de hierboven genoemde periode ingevolge de binnen de ambtelijke organisatie van de provincie Zuid-Holland toen geldende regels die "treasury"-werkzaamheden op autonome wijze, althans met een grote mate van autonomie, in ieder geval verrichte die [medeverdachte 1] die "treasury"-werkzaamheden toen binnen de ambtelijke organisatie van de provincie Zuid-Holland met een door de (ambtelijke en/of bestuurlijke) organisatie van de provincie Zuid-Holland toegelaten (zeer) grote mate van autonomie;

- (haar, verdachte's mededader) [medeverdachte 1] werd met betrekking tot die werkzaamheden (waartoe onder meer behoorde(n) het voorbereiden en/of uitvoeren van door de provincie Zuid-Holland gesloten leenovereenkomsten en/of aangegane financiële constructies met een of meer derden) naar zij, verdachte, en/of een of meer van haar, verdachte's, mededader(s) wist(en) en/of moet(en) hebben geweten en/of redelijkerwijze kon(den) weten, niet dan wel slechts in beperkte mate gecontroleerd door (een) ander(en) - dan die [medeverdachte 1] - binnen het bestuurlijk en/of ambtelijk apparaat van de provincie Zuid-Holland;

- zij, verdachte, en/of (haar mededader) [medeverdachte 2] (die toen (mede)vennoot van haar, verdachte, was) en/of een of meer anderen van haar mededader(s) presenteerde(n) zich toen in het maatschappelijk verkeer en/of naar de provincie Zuid-Holland toe als zogeheten geld- of kapitaalmakelaar(s) en/of geld- of kapitaalbemiddelaar(s);

- zij, verdachte, en/of (haar mededader) [medeverdachte 2] (die toen (mede)vennoot van haar, verdachte, was) en/of een of meer anderen van haar mededader(s) stelde(n) ten behoeve van haar, verdachte, en/of (haar mededader) [medeverdachte 2] en/of een of meer andere(n) van haar mededader(s) (telkens) een of meer (declaratie)formulier(en)/(-)nota('s) op waarin ten laste van de provincie Zuid-Holland een of meer geldsbedragen werd(en) gedeclareerd en/of in rekening werd(en) gebracht en zond(en) die declaratie(s)/nota('s) op naar/ter attentie van (haar, verdachte's, mededader)/ die [medeverdachte 1] (in diens hoedanigheid van provinciaal ambtenaar van de provincie Zuid-Holland) en/of de provincie Zuid-Holland;

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat:

- zij, verdachte, en/of (haar mededader) [medeverdachte 2] en/of een of meer anderen van haar, verdachte's, mededader(s) vermeldde(n) (telkens) opzettelijk in strijd met de waarheid in die hierboven genoemde en aan genoemde [medeverdachte 1] en/of de provincie Zuid-Holland verzonden declaratie(s)/nota('s) dat het/de in door middel van die declaratie(s)/ nota('s) bij de provincie Zuid-Holland in rekening gebrachte bedrag(en) (telkens) betrekking had(den) op courtagekosten met betrekking tot/in verband met (een/de) in die declaratie(s)/(nota('s) met zoveel woorden aangegeven door de provincie Zuid-Holland gesloten leenovereenkomst(en) en/of financiële constructie(s) tussen die provincie Zuid-Holland enerzijds en een of meer derden anderzijds, zulks terwijl dat die gedeclareerde en/of in rekening gebrachte bedrag(en) (telkens) in het geheel geen betrekking had(den) op door die haar, verdachte, en/of (haar mededader) [medeverdachte 2] en/of een of meer anderen van haar mededader(s) verrichte bemiddelingswerkzaamheid/-heden, (althans courtage genererende werkzaamheid/werkzaam-heden) met betrekking tot tussen de provincie Zuid-Holland en haar wederpartij(en) bij de/die in de/die declaratie(s)/nota('s) genoemde leenovereenkomst(en) en/of financiële constructie(s);

- deze manier van declareren en/of het op deze wijze opstellen van die declaratie(s)/nota('s) was (telkens) door de hierboven genoemde [medeverdachte 1] voorgesteld aan haar, verdachte, en/of (haar mededader) [medeverdachte 2] (die toen (mede)vennoot was van haar, verdachte) en/of een of meer (anderen) van haar mededader(s) en/of vond (telkens) plaats op basis van en/of na door die [medeverdachte 1] aan haar, verdachte, en/of (haar mededader) [medeverdachte 2] (die toen (mede)vennoot was van haar, verdachte) en/of en of meer (anderen) van haar mededader(s) verstrekte gegevens (met betrekking tot die leenovereenkomst(en) en/of die financiële constructie(s));

- genoemde [medeverdachte 1] heeft (telkens) een of meer van die declaratie(s)/nota('s) -na binnenkomst ervan bij de provincie Zuid-Holland- (ter goedkeuring en/of ter uitbetaling door de provincie Zuid-Holland) van zijn (goedkeurende) handtekening en/of paraaf voorzien,

en/of

die [medeverdachte 1] heeft (telkens) de/een of meer van de op die declaratie(s)/nota('s) betrekking hebbende (en voor de financiële administratie van de provincie Zuid-Holland voor uitbetaling aan derden noodzakelijk, in ieder geval van belang, zijnde) boekings- en/of betalingsopdrachten (deels) opgesteld en/of ingevuld en/of van zijn, verdachte's, (goedkeurende) paraaf en/of handtekening voorzien,

en/of

die [medeverdachte 1] heeft (daarbij) telkens, althans een- of meermalen, (onbevoegdelijk) diens paraaf en/of handtekening geplaatst in de voor de handtekening of paraaf van de daartoe bevoegde budgetbeheerder bestemde kolom of plaats in die boekings- en/of betalingsopdracht(en),

en/of

die [medeverdachte 1] heeft (vervolgens) die geparafeerde en/of getekende declaratie(s)/nota('s) en/of betalings- en/of boekingsopdracht(en) ter verdere (financiële) afwerking/bewerking en/of uitbetaling (door)gezonden naar een of meer van de daarvoor aangewezen ambtelijke instantie(s) en/of afdeling(en) en/of perso(o)n(en) binnen de provincie Zuid-Holland,

in ieder geval heeft (haar, verdachte's, mededader)/ die [medeverdachte 1] binnen het ambtelijk apparaat van de provincie Zuid-Holland bevorderd en/of vanuit diens ambtelijke positie bewerkstelligd, althans weten te bewerkstelligen dat het/de op die declaratie(s)/nota('s) aangegeven bedrag(en) (met spoed) door de provincie Zuid-Holland werd(en) betaald aan haar, verdachte, en/of (haar mededader) [medeverdachte 2] (die toen (mede)vennoot van haar, verdachte, was) en/of een of meer (anderen) van haar mededader(s).

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

Meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

Zij,

op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode 1 april 1998 tot en met 1 september 1999, in de gemeente(n) Den Haag en/of Andijk en/of Gouda en/of Wervershoof, althans (telkens) in Nederland, (telkens) tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk geld, in totaal ongeveer ƒ 1.350.000,-, in elk geval (telkens) een of meerdere hoeveelhe(i)d(en) geld, dat/die (telkens) geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de provincie Zuid-Holland, in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), en welk(e) geldbedrag(en) verdachte en/of haar mededader(s) uit hoofde van (haar, verdachte's, mededader) [medeverdachte 1]'s persoonlijke dienstbetrekking van stafmedewerker middelenbeheer, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

art 321 Wetboek van Strafrecht"

3.4. Omtrent de vordering tot wijziging van de tenlastelegging houdt het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof van 5 maart 2003 het volgende in:

"De advocaat-generaal vordert vervolgens dat de tenlastelegging zal worden gewijzigd overeenkomstig een door haar op schrift gestelde vordering, welke zij mondeling toelicht en aan het hof overlegt.

De raadsvrouw van de verdachte verzoekt het hof om een korte onderbreking te bepalen, zodat zij met de vertegenwoordiger van haar cliënt de vordering tot wijziging van de tenlastelegging kan bespreken.

Het hof onderbreekt hierop het onderzoek.

Na hervatting van het onderzoek geeft de voorzitter het woord aan de raadsvrouw van de verdachte.

De raadsvrouw van de verdachte maakt bezwaar tegen de gevorderde wijziging ten aanzien van feit 2 meer subsidiair, omdat dit een ander feit betreft dan het oorspronkelijk onder 2 primair tenlastegelegde feit. Indien het hof de wijziging geheel of gedeeltelijk zou toestaan verzoekt de raadsvrouw van de verdachte aanhouding van de behandeling, omdat zij zich dan onvoldoende voorbereid acht om haar cliënt naar behoren te verdedigen.

De advocaat-generaal vraagt te mogen reageren op het betoog van de raadsvrouw. Dit wordt door het hof niet toegestaan, aangezien het niet gebruikelijk is om in dit soort procedurele kwesties twee termijnen toe te staan.

Het hof onderbreekt hierop het onderzoek voor beraadslaging. Na beraadslaging en hervatting van het onderzoek deelt de voorzitter mede, dat het hof de wijziging van de tenlastelegging toelaatbaar acht gelet op de wettelijke bepalingen voor wat betreft feit 1 en feit 2 subsidiair, zodat het hof de vordering in zoverre toewijst.

De onder feit 2 meer subsidiair voorgestelde wijziging wijst het hof af, gelet op het totaal van de in de oorspronkelijke dagvaarding terzake van dit feit opgenomen feitelijke omschrijvingen, nu door deze wijziging van de tenlastelegging in zoverre niet langer hetzelfde feit in de zin van artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht zou inhouden."

3.5. Bij de afwijzing van de vordering heeft het Hof de juiste maatstaf aangelegd voorzover het is nagegaan of is voldaan aan de in art. 313, tweede lid tweede volzin, Sv gestelde eis dat de in de aanvankelijke tenlastelegging onder 2 opgenomen gedragingen hetzelfde feit in de zin van art. 68 Sr opleveren als de in de vordering tot wijziging van de tenlastelegging opgenomen gedragingen. Daartoe diende het Hof te onderzoeken of de in de oorspronkelijke tenlastelegging en de wijziging daarvan verweten gedragingen zijn begaan onder omstandigheden waaruit blijkt van een zodanig verband met betrekking tot de gelijktijdigheid van die gedragingen en de wezenlijke samenhang in het handelen en de schuld van de verdachte, dat de gedachte achter de in art. 313, tweede lid, Sv opgenomen beperking die naar art. 68 Sr verwijst, meebrengt dat de gevorderde wijziging toelaatbaar is (vgl. HR 2 november 1999, NJ 2000, 174).

Dienaangaande heeft het Hof overwogen dat gelet op het totaal van de in de oorspronkelijke dagvaarding ter zake van de onder 2 opgenomen feitelijke omschrijvingen door de desbetreffende wijziging niet langer sprake zou zijn van hetzelfde feit in de zin van art. 68 Sr.

Dit oordeel van het Hof is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk, in aanmerking genomen dat de gevorderde wijziging wat betreft het tijdstip van de verweten gedragingen, de plaats van deze gedragingen, de persoon of personen met wie de gedragingen zouden zijn verricht en degene(n) die door de gedragingen zou(den) zijn benadeeld niet afwijkt van de in de oorspronkelijke dagvaarding onder 2 opgenomen, op het delict oplichting toegesneden tenlastelegging, terwijl de delictsomschrijvingen van oplichting en verduistering naar hun strekking niet wezenlijk uiteenlopen.

3.6. Het middel is terecht voorgesteld.

4. Beoordeling van de namens de verdachte voorgestelde middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het eerste door de Advocaat-Generaal bij het Hof voorgestelde middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

Vernietigt de bestreden tussenbeslissing van 5 maart 2003 en de bestreden einduitspraak, doch de laatste uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging;

Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

Verwerpt het beroep van de verdachte.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en W.A.M. van Schendel, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 26 oktober 2004.