Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2004:AP4260

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-10-2004
Datum publicatie
12-10-2004
Zaaknummer
02808/03
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2004:AP4260
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Een voor de openbare dienst bestemd lokaal ex art. 139 Sr. 1. De bij de Erasmus Universiteit te Rotterdam in gebruik zijnde lokalen, waaronder de bibliotheek, zijn voor de openbare dienst bestemde lokalen. 2. De opvatting dat het, ingeval geen sprake is van een “volledig openbaar karakter van de bibliotheek”, niet gaat om een voor de openbare dienst bestemd lokaal, vindt geen steun in het recht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2004, 528
NJ 2004, 662
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 oktober 2004

Strafkamer

nr. 02808/03

AGJ/IV

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 21 oktober 2003, nummer 22/003407-03, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Rotterdam van 16 juni 2003 - de verdachte ter zake van 1. en 2. "het in een voor de openbare dienst bestemd lokaal wederrechtelijk binnendringen, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een geldboete van € 250,-, subsidiair vijf dagen hechtenis.

2. Geding in cassatie

2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.P. Visser, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

3. Beoordeling van het derde middel

3.1. Het middel bevat de klacht dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de lokalen van de Erasmus Universiteit te Rotterdam - en derhalve ook de bibliotheek waar het in deze zaak om gaat - voor de openbare dienst bestemd zijn.

3.2. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

1. "hij op 5 oktober 2001 te Rotterdam wederrechtelijk is binnengedrongen in een voor de openbare dienst bestemd lokaal, te weten de bibliotheek van de Erasmus Universiteit, gevestigd aan de Burgemeester Oudlaan"

en

2. "hij op 11 oktober 2001 te Rotterdam wederrechtelijk is binnengedrongen in een voor de openbare dienst bestemd lokaal, te weten de bibliotheek van de Erasmus Universiteit, gevestigd aan de Burgemeester Oudlaan".

3.3. Het Hof heeft een ter terechtzitting gevoerd verweer - voorzover hier van belang - als volgt samengevat en verworpen:

"8.1

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte het verweer gevoerd - zakelijk weergegeven - dat (de bibliotheek van) de Erasmus Universiteit, gevestigd aan de Burgemeester Oudlaan te Rotterdam, geen voor openbare dienst bestemd lokaal is. (...). Naar de mening van de raadsman moet dit leiden tot vrijspraak van de verdachte.

8.2

Het hof verwerpt dit verweer en overweegt hiertoe het volgende.

De voor openbare dienst bestemde lokalen zijn lokalen, gebruikt door publiekrechtelijke lichamen, zoals het kantoor van de belastingdienst, de gerechtszaal, lokaliteiten van rijks- en gemeente universiteiten, gemeentehuizen, provinciehuizen, etc. Ook (de bibliotheek van) de Erasmus Universiteit dient onder deze categorie geschaard te worden.

Nu uit het dossier (...) blijkt dat verdachte zich op 5 en 11 oktober 2001 (...) heeft begeven (...) op het terrein van (de bibliotheek van) de Erasmus Universiteit, dient ook dit verweer te worden verworpen."

3.4.1. Voorzover het middel berust op de opvatting dat in het geval dat geen sprake is van een "volledig openbaar karakter van de bibliotheek", niet gezegd kan worden dat het gaat om een voor de openbare dienst bestemd lokaal, faalt het, omdat die opvatting geen steun vindt in het recht.

3.4.2. Ook overigens slaagt het middel niet. De Erasmus Universiteit te Rotterdam, waaraan ingevolge art. 1.3, eerste lid, Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHV) onder meer het verzorgen van wetenschappelijk onderwijs is opgedragen, is blijkens art.1.1 aanhef en sub h, WHV in verbinding met de bijlage bij die wet een openbare en derhalve een van de overheid uitgaande onderwijsinstelling.

Dat brengt mee dat de ten behoeve van het vervullen van die taak bij die universiteit in gebruik zijnde lokalen, waaronder de bibliotheek, moeten worden gerekend tot de voor de openbare dienst bestemde lokalen in de zin van art. 139, eerste lid, Sr. Het in het middel aangevallen oordeel van het Hof is dus juist.

3.5. Het middel is derhalve vruchteloos voorgesteld.

4. Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5. Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

6. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.L.M. Urlings, A.J.A. van Dorst, B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 12 oktober 2004.