Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2004:AP2649

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29-10-2004
Datum publicatie
29-10-2004
Zaaknummer
C03/201HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2004:AP2649
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

29 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/201HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. M.L. Kleyn, t e g e n de vereniging met volledige rechtspersoonlijkheid Vereniging DWV WONINGCORPORATIE, gevestigd te Dongen, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 88
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2004, 562
JWB 2004/367
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

29 oktober 2004

Eerste Kamer

Nr. C03/201HR

RM/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. M.L. Kleyn,

t e g e n

de vereniging met volledige rechtspersoonlijkheid Vereniging DWV WONINGCORPORATIE,

gevestigd te Dongen,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: DWV - heeft bij exploot van 6 juni 2002 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te Breda, sector kanton, en gevorderd [eiser] te veroordelen aan DWV te betalen de som van € 1.379,28, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.318,40 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.

[Eiser] heeft de vordering bestreden.

De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 8 januari 2003 een comparitie van partijen gelast. De comparitie heeft plaatsgevonden op 12 maart 2003; hierbij is alleen DWV verschenen.

Bij eindvonnis van 9 april 2003 heeft de kantonrechter de vordering toegewezen.

Het eindvonnis van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het eindvonnis van de kantonrechter heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedag-vaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen DWV is verstek verleend.

De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van DWV begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, P.C. Kop en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 29 oktober 2004.