Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2004:AO9645

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-06-2004
Datum publicatie
08-06-2004
Zaaknummer
02927/03
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2004:AO9645
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2003:AF9403
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Vervolg op HR NJ 2003, 2: HR verwerpt cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2004, 315
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

8 juni 2004

Strafkamer

nr. 02927/03

SCR/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 3 juni 2003, nummer 22/003866-02, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, ten tijde van de betekening van de aanzegging uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Noord Holland Noord" te Heerhugowaard.

1. De bestreden uitspraak

Na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad bij arrest van 2 juli 2002, heeft het Hof in hoger beroep, voorzover aan 's Hofs oordeel onderworpen, - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Amsterdam van 30 maart 2000 - de verdachte ter zake van "medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, (oud) van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd", "medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, (oud) van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot meer dan één vuurwapen van categorie III" en "medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, (oud) van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd" veroordeeld tot drie jaren en zes maanden gevangenisstraf, met onttrekking aan het verkeer zoals in het arrest omschreven.

2. Geding in cassatie

2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. A.G. van der Plas en mr. P.H. Bakker Schut, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.

2.2. De Hoge Raad heeft kennis genomen van het schriftelijk commentaar van mr. Van der Plas op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

3. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Slotsom

Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.L.M. Urlings en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend-griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 8 juni 2004.

Mr. Urlings is buiten staat dit arrest te ondertekenen.